Pedagogisch project

Een school voor kinderen

Durf groeien en openbloeien! Een kind dat zich goed voelt, kan en wil ontdekken en leren. Als school werken we aan een krachtige, contextrijke leeromgeving om dit natuurlijk proces te stimuleren, te sturen en te ondersteunen.

We willen dat een kind op onze school zijn eigenheid kan behouden door in een sfeer te werken die aanvaardend en positief bevestigend is. We willen dat elk kind zich goed voelt en een positief zelfbeeld behoudt.

Kinderen moeten zichzelf ontwikkelen binnen onze samenleving. Op onze school verwerven ze de nodige kennis, vaardigheden en attitudes om zich volgens hun eigen weg ten volle te kunnen ontplooien in de maatschappij.

De Pit is een school die opteert voor een open pedagogisch project, waarin de inbreng van de kinderen centraal staat. De ervaringsgerichte aanpak en het binnenbrengen van de sociale realiteit zijn hierin essentieel.

Kinderen krijgen de gelegenheid om eigen ideeën uit te werken. Als leerkracht begeleiden we hen in dit proces en proberen we de eigen ervaring van kinderen nog meer te verrijken.

Elk van onze kinderen heeft een rugzak, waarbij we hen stimuleren om deze te vullen, zodat ze uitgroeien tot creatieve, kritische, bewogen, respectvolle en geëngageerde persoonlijkheden. We leren hen met een open geest naar de wereld te kijken en geven hen kansen om hun eigen talenten, sterktes en zwaktes te ontdekken, te ontplooien en te delen.

Op onze school is er ruimte voor de inbreng van kinderen. Zij bepalen mee het aanbod in de klas, maar leren tegelijkertijd omgaan met de verantwoordelijkheden die hieraan vasthangen.

Kinderen maken deel uit van een klasgroep en dragen hier mee verantwoordelijkheid voor. Ze kunnen hun eigen mening vertolken en helpen elkaar waar het mogelijk is. Kinderen leren dat een groep slechts goed functioneert als iedereen rekening houdt met regels en afspraken. Deze komen tot stand in samenspraak met de kinderen. Kinderen weten heel goed waarom afspraken er gekomen zijn en kunnen zich er dan ook gemakkelijker aan houden.

In deze groep krijgen kinderen de ruimte om te zijn wie ze zijn. We leren kinderen dat iedereen anders is en dat niet iedereen hoeft uit te blinken in elk domein. Aan de andere kant stimuleren we kinderen om datgene waar ze zelf goed in zijn ter beschikking te stellen van de hele groep. Op die manier leren kinderen van elkaar en ondersteunen ze elkaar waar dat kan of nodig is.

Dit alles krijgt vorm door de Freinet-pedagogie. We werken met kringen, schrijfsels en kranten, dag - en weekplannen en ateliers. Kinderen werken coöperatief samen in hoeken en tijdens onderzoekswerk. Deze technieken bieden duidelijke structuren en geven een houvast aan de begeleiders.

Iedere begeleider en ieder schoolteam is anders en gaat hier flexibel mee om.

De concrete uitwerking van deze freinet technieken wordt voortdurend geëvalueerd, bijgestuurd en uitgediept door het volledige leerkrachtenteam, steeds met de schoolvisie in het achterhoofd.

Ons maatschappelijk doel

Wij willen er attent op maken dat de Freinetpedagogie zich niet alleen richt naar het alternatieve circuit. Wij gaan ervan uit dat deze pedagogiek er is voor alle kinderen en niet alleen voor kinderen wiens ouders een bewuste keuze maken voor deze onderwijsvorm.

Hierbij willen wij ook ‘alle kinderen’ integreren en een spiegel vormen van de samenstelling van de populatie. Dus een school waar ook kinderen met een andere huidkleur, met minder kansen, met een ander geloof of geen, met een vreemde moedertaal… deel van uit maken.

Het belangrijkste streefdoel van de Pit is de kinderen samen in een multiculturele samenlevingsvorm te laten opgroeien, met begrip en waardering voor elkaar. De Freinetpedagogie biedt kinderen in de toekomst heel veel voordelen: ze hebben immers leren samen-werken, samen- leren en samen-leven. Zo wordt solidair, verdraagzaam en communicatief zijn,… realiteit in ons

toekomstig maatschappelijk concept. Wij blijven zoeken en inspelen op de hedendaagse problematiek om een betere toekomstige samenleving na te streven.

Een school voor ouders

Het doel van ouders en leerkrachten is een zo optimaal mogelijke ontwikkeling van de kinderen.

Goede contacten tussen de ouders en leerkrachten is voorwaarde voor zo’n ontwikkeling. Ouders signaleren dingen die de leerkrachten ontgaan en omgekeerd.

Ouders zijn altijd welkom. Ze kunnen deelnemen aan het klasgebeuren. Vanuit hun mogelijkheden en ervaringen kunnen zij een voor de kinderen verrijkende inbreng zijn bij projectwerk, leesatelier, workshops.

Daarnaast kunnen zij participeren in werkgroepen, deelnemen aan het klokhuis (= schooloverleg) en overleggen tot in de schoolraad.

Begeleiden en ondersteunen

Tijdens de schooluren rekenen we graag bij bepaalde activiteiten op de medewerking van ouders. Denk aan leesouders, medewerkers aan het atelier en sport, begeleiders bij uitstappen,….

De leerkrachten staan in voor een pedagogische taak en vragen ouders om hen bij bepaalde taken te ondersteunen.

Op onze website kan je onder ‘wegwijs’ onze verwachtingen van ouders bij het begeleiden van uitstappen, nalezen. Wij vragen wel om de kinderen aan te spreken bij het overtreden van de afspraken.

 Wil je graag een handje bijsteken, meldt dit dan zeker aan de leerkracht of de coördinator. Alle hulp is welkom!

Inschrijvingen van leerlingen

Je kiest als ouder en gezin voor het Freinetonderwijs en De Pit. Kinderen die in onze school zijn ingeschreven, blijven ingeschreven voor de duur van hun hele schoolloopbaan, tenzij zij in de loop van een schooljaar definitief uit de school worden uitgesloten tenzij zij zelf een andere schoolkeuze maken, of tenzij je kind beschikt over een verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs en wordt uitgeschreven wegens onredelijkheid van aanpassingen na wijzigende noden tijdens je schoolloopbaan.

De kinderen zitten bij de jongste kleuters in graadklassen en voor de 2de en 3de kleuterklas en de hele lagere school in jaarklassen. De leerkracht begeleidt steeds twee jaar dezelfde groep. De capaciteit voor het schooljaar 2021-2022 is vastgelegd op maximum 22 kinderen per leerjaar in de lagere school en per geboortejaar in de kleuterschool.

De juiste procedure en data voor de inschrijvingen van het schooljaar 2022-2023 liggen nog niet vast. We passen deze tekst aan op het moment dat we hier meer info over hebben.

Inschrijving: toelatingsvoorwaarden

Om in onze school ingeschreven te worden, moet je kind op de instapdatum voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.

IN HET KLEUTERONDERWIJS

Je kind moet de leeftijd van twee jaar en zes maanden bereikt hebben om op één van de specifieke instapdata die de overheid bepaald heeft toegelaten te worden om aanwezig te zijn op school.

Vanaf de leeftijd van drie jaar mag je kind op elk tijdstip instappen.

IN HET LAGER ONDERWIJS

Een leerling die vijf jaar is vóór 1 januari van het lopende schooljaar en die het voorafgaande schooljaar ingeschreven was in een erkende school voor Nederlandstalig kleuteronderwijs, wordt toegelaten in het lager onderwijs mits een gunstig advies van de klassenraad van het kleuteronderwijs. Bij ongunstig advies van de klassenraad van het kleuteronderwijs omwille van de beheersing van het Nederlands, kan de klassenraad van het lager onderwijs de leerling toelaten mits het volgen van een taalintegratieproject. Bij ongunstig advies van de klassenraad van het kleuteronderwijs omwille van andere redenen, kan de klassenraad van het lager onderwijs de leerling toelaten.

Een leerling die vijf jaar is vóór 1 januari van het lopende schooljaar en die het voorafgaande schooljaar niet was geschreven in een erkende school voor Nederlandstalig kleuteronderwijs, kan toegelaten worden door de klassenraad van het lager onderwijs. De klassenraad van het lager onderwijs beslist of de leerling toegelaten wordt in een regulier traject en/of taalintegratietraject.

Een leerling die zes jaar is vóór 1 januari van het lopende schooljaar én die ten minste het voorgaande schooljaar ingeschreven was in een erkende school voor Nederlandstalige kleuteronderwijs en gedurende die periode ten minste 290 halve dagen aanwezig is geweest, wordt toegelaten in het lager onderwijs mits een gunstig advies van de klassenraad van het kleuteronderwijs. Het advies van de klassenraad van het kleuteronderwijs wordt uiterlijk 30 juni meegedeeld aan de ouders. Indien er geen advies gegeven wordt op uiterlijk 30 juni, wordt er uitgegaan van een gunstig advies voor de leerling. Bij een ongunstig advies van de klassenraad van het kleuteronderwijs wordt de leerling toegelaten mits het volgen van een taalintegratieproject.

Een leerling die zes jaar is vóór 1 januari van het lopende schooljaar én die ten minste het voorgaande schooljaar ingeschreven was in een erkende school voor Nederlandstalig kleuteronderwijs, maar gedurende die periode niet ten minste 290 halve dagen daadwerkelijk aanwezig is geweest, wordt toegelaten tot het lager onderwijs mits gunstig advies van de klassenraad van het kleuteronderwijs. Bij een ongunstig advies van de klassenraad van het kleuteronderwijs omwille van de beheersing van het Nederlands, kan de klassenraad van het lager onderwijs de leerling toelaten mits het volgen van een taalintegratieproject. Bij een ongunstig advies van de klassenraad van het kleuteronderwijs omwille van andere redenen, kan de klassenraad van het lager onderwijs de leerling toelaten.

Een advies van de klassenraad van het kleuteronderwijs wordt ten laatste op 30 juni van het lopende schooljaar meegedeeld. Een advies van de klassenraad van het lager onderwijs wordt aan de ouders meegedeeld uiterlijk 10 schooldagen na de eerste schooldag van september of 10 dagen na de inschrijving. In afwachting van de mededeling is de leerling onder opschortende voorwaarden ingeschreven. Bij overschrijding van de termijn is de leerling ingeschreven.

Een leerling die zes jaar is vóór 1 januari van het lopende schooljaar en die het voorgaande schooljaar niet was ingeschreven in een erkende school voor Nederlandstalig kleuteronderwijs, kan toegelaten worden door de klassenraad van het lager onderwijs. De klassenraad van het lager onderwijs beslist of de leerling toegelaten wordt in een regulier traject en/of taalintegratietraject.

Voor alle leerlingen die zeven jaar geworden zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar gelden de bovenstaande voorwaarden niet.

BIJ EEN VERSLAG DAT TOEGANG VERLEENT TOT HET BUITENGEWOON ONDERWIJS

Beschikt je kind over een verslag dat toegang verleent tot het buitengewoon onderwijs of een tijdelijk verslag naar aanleiding van de coronamaatregelen, dan moet je dit bij de inschrijving afgeven, zodat de school het overleg kan opstarten met jou, het CLB en de klassenraad. Je kind wordt dan voorlopig ingeschreven onder ontbindende voorwaarden. Na het overleg word je kind ofwel uitgeschreven wegens onredelijkheid van de aanpassingen ofwel definitief ingeschreven. We kunnen je kind dan inschrijven in het gewone curriculum ofwel in een individueel aangepast curriculum.

De beslissing over het volgen van een gemeenschappelijk of individueel aangepast curriculum, wordt uiterlijk zestig kalenderdagen na de start van de lesbijwoning genomen.

Mocht na de inschrijving blijken dat je kind op het moment van de instap in de school over een verslag beschikte waarvan de school niet op de hoogte was, dan wordt de inschrijving van je kind automatisch omgezet in een inschrijving onder ontbindende voorwaarden.

De inschrijving: praktisch

Volgend formulier dient volledig ingevuld te worden:

  • akkoord met de praktische afspraken op de schoolwebsite waar het schoolreglement integraal deel van uitmaakt.

Alle informatie die jullie doorgeven is vanzelfsprekend strikt persoonlijk, maar ze is tegelijk onontbeerlijk voor zowel de begeleiders als de administratie.

Weigering

De inschrijving van leerlingen die zich aandienen nadat het contingent waartoe zij behoren vol is, worden uitgesteld. Deze leerlingen worden chronologisch in het inschrijvingsregister als uitgesteld ingeschreven. Een uitgestelde inschrijving is niet gelijk aan een niet-gerealiseerde inschrijving.

Indien, nog voor de voorrangsperiodes afgesloten worden, beide contingenten vol zijn, wordt voor alle leerlingen die in het inschrijvingsregister vermeld staan als uitgesteld de inschrijving geweigerd en wordt de uitgestelde inschrijving in het inschrijvingsregister gewijzigd in een niet-gerealiseerde inschrijving.

De ouders van de leerlingen die op deze wijze niet ingeschreven kunnen worden en alle volgende leerlingen, ontvangen daarvan een schriftelijke bevestiging.

Indien, op het moment dat de voorrangsperiodes afgesloten worden, het andere contingent niet vol is, worden de openstaande plaatsen opgevuld met leerlingen die in het inschrijvingsregister vermeld staan als uitgesteld, indien de ouders dit nog wensen en met respect voor de in het inschrijvingsregister opgenomen chronologie. De leerlingen die op deze wijze niet ingeschreven kunnen worden, worden geweigerd en de ouders ontvangen daarvan een schriftelijke bevestiging.

Freinetschool de Pit kan weigeren om uw kind dat definitief uitgesloten werd, opnieuw in te schrijven gedurende het lopende, het volgende en het daaropvolgende schooljaar.

(bron:   http://docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2010-2011/g1042-14.pdf)

Veranderen van school

Bij schoolverandering tussen de eerste schooldag van september en de laatste schooldag van juni is de nieuwe inschrijving rechtsgeldig vanaf de dag waarop de directie van de nieuwe school de school-verandering schriftelijk heeft meegedeeld aan de directie van de oorspronkelijke school. De mededeling gebeurt ofwel bij aangetekend schrijven of bij afgifte tegen ontvangstbewijs.

Bij schoolverandering in de loop van een schooljaar moet de uitschrijvende school binnen een week de gegevens inzake de problematische afwezigheden, meerbepaald het aantal halve dagen met code B, van de leerling aan de inschrijvende school bezorgen. Dit biedt de nieuwe school enerzijds zicht op het feit of de betrokken leerlingen een historiek van problematische afwezigheden heeft, anderzijds dient in de toekomst, in functie van het dossier schooltoelagen, het totaal aantal problematische afwezigheden per volledig schooljaar gekend te zijn.

Als uw kind van school verandert, dient de school de leerlingengegevens over te gedragen aan de nieuwe school. De overdracht kan enkel betrekking hebben op de leerling specifieke onderwijsloopbaan. Ze gebeurt uitsluitend in het belang van uw kind en slaat nooit op gegevens in verband met schending van de leefregels (behalve indien de regelgeving de overdracht verplicht stelt). U kunt inzage krijgen in de over te dragen gegevens als u er expliciet om verzoekt en kan tegen vergoeding een kopie van deze gegevens verkrijgen. U hebt eveneens het recht om toelichting te verkrijgen. Na inzage van de stukken kunt u zich tegen de overdracht van bepaalde documenten verzetten behalve indien de regelgeving de overdracht verplicht stelt.

Als uw kind beschikt over een gemotiveerd verslag voor toelating tot het geïntegreerd onderwijs of over een verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs, dan zal de school bij schoolverandering een kopie van dit verslag overdragen aan de nieuwe school, zoals thans door de regelgeving wordt opgelegd.

Een dag op onze school

Opvang

Op school is er elke morgen betaalde opvang van 7.15u tot 8.15u. Vanaf 8.15u is de opvang gratis. ’s Avonds begint de opvang om 16.00u (op vrijdag om 15.30u) en eindigt om 18.00u stipt. Op woensdagnamiddag is er geen opvang. Indien je kind later dan het einduur afgehaald wordt, betaal je per gezin en per begonnen half uur 10 euro cash aan de opvangverantwoordelijke.

Voor de morgen- en avondopvang betaal je 1,20 euro per begonnen half uur per kind. Van 8u tot 8u15 betaal je 0,60 euro ongeacht het aankomstuur. We werken met een scanner en een unieke code per kind om het einduur vast te leggen. Maandelijks ontvang je via de boekentas een factuur voor de gepresteerde beurten.

De schooldag begint

De opvang begint om 7.15u. Vanaf 8.15u is er toezicht op de speelplaats. Kinderen die vroeger toekomen zijn verplicht om gebruik te maken van de opvang. Ouders krijgen ’s morgens vanaf 8.30u de kans om de werken van de kinderen in hun klas te gaan bekijken. Kinderen van de lagere school mogen enkel in aanwezigheid van hun eigen ouder de klas binnen gaan. De kleuters mogen al vanaf 8.30u in de klassen gaan.

Om 8.40u geven de begeleiders het signaal om samen te vertrekken naar de klassen. Ouders nemen dan rustig afscheid van hun kinderen. Zowel bij de kleuters als bij de lagere school starten we met de praatronde om 8.40u. Om stipt met de praatrondes te kunnen beginnen, vragen we jullie uitdrukkelijk om op tijd te zijn en tijdig ook weer de klassen te verlaten.

De klas eindigt

’s Middags stoppen we om 11.50u. De kinderen eten dan in de klassen hun boterhammen op. Kinderen die ’s middags naar huis gaan, wachten op hun ouders in de klas. Om 12.50u starten de lessen terug (op vrijdag om 13.05u). Kleuters kunnen geen middagdutje doen op onze school.

Woensdagmiddag is er geen school en eindigen de lessen om 11.50u. Er is dan opvang op de speelplaats tot 12.15u. ’s Avonds eindigt de klas om 15.30u.

De ouders mogen de kleuters en kinderen van de lagere school opwachten in de gangen aan de klassen.

De overgebleven kinderen van de kleuters en van de lagere verzamelen op de speelplaats of in de overdekte speelplaats. Zij blijven daar tot 16.00u onder toezicht van een leerkracht. Daarna worden zij gebracht naar de betalende avondopvang bij ons op school.

 Op vrijdag eindigen we vroeger (om 15u).

Dagelijks worden de speeltijden georganiseerd van 10.25u tot 10.45u en van 14.30u tot 14.45u (behalve op vrijdag, dan is er geen speeltijd in de namiddag).

Dat wordt smullen: koek-, fruit-, en drinkpauze 

De kinderen krijgen zowel in de voormiddag als de namiddag de mogelijkheid om iets te eten en te drinken. Wij profileren ons graag als een gezonde school. Als ouder mag je je kind zoveel fruit en/of groente meegeven met de boekentas. Andere versnaperingen, tussendoortjes en/of drank worden niet toegelaten.

De kinderen krijgen zowel in de voormiddag als de namiddag de mogelijkheid om iets te eten en te drinken. De hele dag door kunnen de kinderen water drinken.

’s Middags eten de kinderen in de klassen hun boterhammen (dus geen koffiekoeken, worstenbroodjes,… ) verpakt in een brooddoos op.

Sommige kinderen mogen bepaalde voedingsmiddelen wegens gezondheidsredenen niet eten of drinken. In overleg met ouders wordt er voor deze kinderen een alternatief gezocht.

Praktische afspraken

Vervoer

De ingang van de school is gelegen aan de Veemarkt in het centrum van Diest. Om de veiligheid te kunnen garanderen, mag je geen gebruik maken van de andere ingangen (Overstraat). Op de fiets ben je er zo. Op het terrein wordt niet gefietst. Alle eigen fietsen kunnen geparkeerd worden in de fietsenstalling links langs de ingang.

Afgelopen jaren werden er veel fietsjes aangekocht door onze school waardoor kleuters en de eerste graad alle dagen tijdens de eerste en de middagspeeltijd mogen fietsen op de verharde speelplaats (niet ’s ochtends of ‘s avonds).

Onze school biedt geen busvervoer aan.

Verjaardagen en andere feesten

In klas kan er getrakteerd worden als een kind jarig is (geen individuele cadeaus). Als school opteren we voor een klascadeau. Elke klas heeft, geheel vrijblijvend, een lijst opgesteld waaruit een cadeau gekozen kan worden.

Kies je voor een versnapering dan zijn enkel volgende etenswaren mogelijk:

  • Alles met fruit of groenten (zie internet en pinterest voor inspiratie) bijv. smoothies, fruitijsjes, olijven, tapas,….
  • Zelfgemaakte popcorn met beetje suiker of zout
  • Belegde broodjes (smos, groentjes, …), wraps (bijv. zalm en kruidenkaas)
  • Croque monsieurs (in de klas eventueel te maken)
  • Zelfgemaakte pizza (alle ingrediënten laten meenemen naar de klas en pizza zelf laten maken door de kinderen).

Schoolmateriaal

Op onze school krijgen de kinderen al het nodige materiaal om de eindtermen te bereiken en de ontwikkelingsdoelen na te streven. Hiermee beantwoorden we ook aan de kosteloosheid van het basisonderwijs. Uiteraard blijft het materiaal dat door de school is aangekocht, op school bewaard.

We vragen voor je lagere schoolkind(eren) om een boekentas, waarin een A4-map past, aan te schaffen.

Kledij

Wanneer de hygiëne en/of veiligheid dit vereisen, moet in sommige lessen aangepaste kledij worden gedragen. In sommige gevallen zal het dragen van een badmuts of een shortje aangewezen of zelfs verplicht zijn. In andere gevallen zal de directeur of de betrokken leerkracht naargelang van het geval het dragen

van hoofddeksels, sieraden, losse kledij, sjaaltjes en dergelijke meer verbieden. Bijvoorbeeld in de lessen lichamelijke opvoeding, bij sport en zwemmen, bij expressie of creatieve activiteiten.

Besmettelijke ziektes

Als je kind ziek is, is de kans op besmettingen voor de andere kinderen reëel. Niet voor alle ziektes of aandoeningen echter is dit gevaar even groot. De stelregel bij ons op school is, dat als de kans op besmetting groot is, het kind thuis dient te blijven.

Besmettelijke ziekten moeten gemeld worden aan de directeur of het CLB. Dit geldt voor de volgende infecties: covid 19, bof, buikgriep, voedselinfecties, buiktyfus, hepatitis A, hepatitis B, hersenvliesontsteking, infectie met EHEC, infectie met Shigella, kinderverlamming (polio), kinkhoest; krentenbaard, kroep, mazelen, roodvonk, schimmelinfecties, schurft, tuberculose en windpokken.

Tevens dienen de begeleiders in de Pit geen medicatie toe! Ouders geven de medicatie die kinderen eventueel nodig hebben zelf. Bij chronische zieken of andere uitzonderlijke situaties zal de school toch medicatie toedienen. het is dan echter noodzakelijk dat het attest in bijlage door de behandelende arts wordt ingevuld. De leerkracht/school kan op geen enkel ogenblik verantwoordelijk gesteld worden voor bijwerkingen die bij het kind optreden naar aanleiding van het toedienen van deze medicatie.

Bij een ongeval op school kan je kind terecht bij de EHBO-verantwoordelijke (Hilde, Ilse of Eddy). Het eerstehulplokaal op school bevindt zich in het leerkrachtenlokaal en het secretariaat.

Als je kind op school pijn krijgt of onwel wordt, contacteren wij jou, eveneens conform de procedure. Bij dringende gevallen contacteren wij de hulpdiensten rechtstreeks.

Ook luizen komen voor op deze lijst van besmettelijke ziektes. Op onze school hanteren we een luizenprotocol. Deze kan je nalezen op onze website of op het secretariaat. Hierdoor proberen we onze school luizenvrij te houden.

Turnen en zwemmen

Vele ouders staan erop dat hun jonge spruiten eens flink de benen kunnen strekken. Daar staan wij achter. Elke week staat er sport en spel op het programma. De meeste uren worden door een leermeester lichamelijke opvoeding gegeven.

Kinderen voor lagere school voorzien een turnzak met een korte broek, T-shirt en gymschoenen waarvan de zool geen zwarte strepen nalaten.

Zowel de oudste kleuters als de lagere schoolkinderen gaan maandelijks zwemmen (zwemdata zie kalender) onder begeleiding van de turnleerkracht en de leerkracht. In een zwemzak horen best 2 handdoeken, 1 voor de voeten en 1 voor de rest van het lichaam, en een zwempak of -broek. Het zwembad vraagt uitdrukkelijk om geen lange zwemshorts te dragen. Zwemouders die de groepen willen helpen begeleiden zijn altijd welkom en dienen een korte broek (boven de knie) te dragen. Meer richtlijnen bij het begeleiden van het zwemmen, kan je terugvinden in ons document ‘verwachtingen bij begeleiding van ouders bij uitstappen’ op onze website onder ‘wegwijs’.

Atelier

Doorheen het schooljaar organiseren we ateliers waarbij kinderen kunnen kiezen uit een heel divers aanbod. Ook ouders die over creatieve of andere vaardigheden beschikken kunnen deelnemen aan het organiseren van een atelier. Daarnaast is elke ondersteunende hulp welkom.

Toneel en cultuurevenementen

Wij vinden het belangrijk dat kinderen van jongs af aan ook in contact komen met theater, film en tentoonstellingen. Wij zullen zoveel mogelijk hieraan deelnemen. De onkosten die hiermee gepaard gaan, worden betaald zowel door de school als door de ouders.

De speelplaats

De kinderen spelen tijdens de voorziene speeltijden op de daartoe voorziene ruimte. De kleuters mogen net als de andere kinderen gebruik maken van de hele oppervlakte. Voor de jongste kleuters is er ook een afgescheiden stuk speelplaats waarop ze in alle rust kunnen spelen. Specifieke afspraken worden samen met de kinderen gemaakt en kan je ook steeds volgen in de verslagen van de kinderschoolraad. De huidige afspraken kan je lezen op onze website www.freinetschooldepit.be

Geld, waardevolle voorwerpen, speelgoed, huisdieren

Dit laten we best thuis. Alle betalingen verlopen via een overschrijving. Dus je kind hoeft nooit geld mee te brengen naar school. Daarnaast kan de school nooit verantwoordelijk worden gesteld voor verlies of verdwijning van waardevolle voorwerpen.

Rookverbod

In onze school is er altijd en overal een totaal verbod van producten op basis van tabak of van soortgelijke producten. Het schoolteam zal continu toezien op de naleving van dit verbod. Bij het niet naleven van dit verbod zal de betrokken persoon de toegang tot het schooldomein ontzegd worden.

Levensbeschouwelijke kentekens

Om het pedagogisch project van het GO! te kunnen realiseren zijn we verplicht om in onze school om het dragen van levensbeschouwelijke kentekens niet toe te laten.

Het verbod geldt voor alle zichtbare levensbeschouwelijke kentekens. Het verbod is van toepassing tijdens alle onderwijsactiviteiten, zowel binnen als buiten de schoolmuren. Enkel tijdens het levensbeschouwelijk vak mogen de aanwezige leerlingen zichtbaar levensbeschouwelijke kentekens dragen.

Huiswerkbeleid

Visie van school op huiswerk

Onze school vindt het wenselijk dat kinderen thuis regelmatig oefenen op leerstofonderdelen die ze moeten automatiseren. Lezen, schrijven en vlot hoofdrekenen leer je niet op één dag en vragen herhaalde inoefening, zowel in de klas als thuis. Als je vaak oefent, gaat het steeds vlotter en komt het de andere leerstofonderdelen ten goede. In de derde graad krijgen kinderen diversere taken voor thuis, ter voorbereiding van de overgang naar het secundaire onderwijs.

Wat vragen we om thuis in te oefenen?

TAAL

Lezen

Klikklakboekje

In het begin van het eerste leerjaar krijgen de kinderen de nieuwe letters die ze leren mee naar huis in een klikklakboekje. Oefen het vlot benoemen van deze letters en probeer er woorden mee te vormen die je kind kan lezen.

Leesboekjes

Ons leesonderwijs vertrekt de eerste maanden vanuit de methode VLL en bijhorende oefenmaterialen. De leerkrachten zullen op regelmatige basis leesboekjes en -blaadjes mee naar huis geven, zodat er ook thuis goed geoefend kan worden. Dit is belangrijk om hen een stevige basis te kunnen bieden.

Spellen

Schrijfblaadjes

In het eerste leerjaar worden de lees- en schrijfletters meteen achter elkaar aangeleerd. Omdat zowel lezen als schrijven veel oefening vraagt, zullen de kinderen vaak een schrijfblaadje mee naar huis krijgen.

Belangrijk is om hier steeds rekening te houden met:

  • de juiste draairichting van de letters
  • de juiste schrijfverhoudingen

In een eerste fase worden de letters nog niet aan elkaar geschreven. Het moet wel duidelijk genoeg zijn dat bepaalde letters samen een woordje vormen.

Volg dit ook thuis goed mee op.

Werkboekjes

Om zowel het lezen als spellen te kunnen oefenen maken we gebruik van de werkboekjes van VLL. Deze komen op regelmatige basis mee naar huis, zodat jullie de vooruitgang van jullie kinderen goed kunnen opvolgen.

 Spelling

Tussen Kerst en Pasen wordt het aanvankelijk lees- en spellingproces afgerond. Vanaf dan stappen we over naar de “echte” spelling en is ook het moment aangebroken om gebonden te leren schrijven. In een eerste en tweede leerjaar doen we dit steeds tussen schrijflijnen, zodat de leerlingen hun letterverhoudingen goed automatiseren.

Dit gebonden schrijven vraagt ook thuis achter opvolging. De leerkracht deelt via Smartschool mee op welke manier er geoefend kan worden en welke materialen beschikbaar zijn.

REKENEN

Vermenigvuldigen en delen

In het tweede leerjaar worden de maal- en deeltafels van 2, 10 en 5 aangeleerd. Het is de bedoeling dat de kinderen de vermenigvuldigingen en delingen vlot kunnen maken. Thuis kan er geoefend worden a.d.h.v. aangeboden oefenmaterialen.

Merken we dat de klasgroep klaar is voor nog meer tafels? Dan worden deze uitgebreid met respectievelijk: 3 en 4, 6 en 7, 8 en 9.

Doorheen het schooljaar zullen we het automatisatieproces inoefenen en nagaan d.m.v. brevetjes. Bij deze brevetjes krijgen kinderen 1 minuut en 30 seconden de tijd om 16 oefeningen correct te maken. Nadat ze al deze brevetjes gehaald hebben, maken kinderen het meesterwerk, waarbij alle tafels door elkaar gemixt worden. Hier krijgen kinderen 2 minuten de tijd om 16 oefeningen foutloos te maken.

Tweede graad

LEZEN

Leesmap

In de leesmap krijgt je kind teksten mee naar huis die het kan oefenen. De leesmap wordt wekelijks aangevuld.

Boekbespreking

In het vierde leerjaar maken kinderen een boekbespreking. We willen graag dat ouders hun kinderen mee motiveren om een boek uit te lezen. Leerkrachten kondigen dit aan via smartschool.

SPELLEN

Wekelijks worden er in de klas spellingslessen gegeven. De week erna wordt hierover een brevet (= dictee) gedaan. Kinderen oefenen de woorden in de klas, maar ook thuis even herhalen is een goed idee. Je kan de woorden zowel apart als in zinnen oefenen. In de tweede graad wordt de nadruk gelegd op het inoefenen van spellingregels. We vinden het belangrijk dat kinderen de regel of andere spellingsmoeilijkheden zelf kunnen verwoorden. Je kan dit vragen wanneer je een dictee inoefent.

 WISKUNDE

Optellen en aftrekken

Wanneer je kind op het einde van de eerste graad nog moeite had met het vlot optellen en aftrekken tot 20, vragen we om dit thuis te herhalen.

Vermenigvuldigen en delen

In het begin van het derde leerjaar worden de maaltafels herhaald. Samen met de leerkracht wordt gekeken of kinderen alle afzonderlijke maaltafelbrevetjes opnieuw maken, of alleen het meesterwerk. Voor deze brevetten hanteren we dezelfde normen als in de eerste graad. Vervolgens automatiseren kinderen de deeltafels. We werken hier naar analogie met het automatiseren van de maaltafels. Er worden brevetjes gemaakt van alle deeltafels apart. Bij deze brevetjes krijgen kinderen 1 minuut en 30 seconden de tijd om 16 oefeningen correct te maken. Nadat ze al deze brevetjes gehaald hebben, maken kinderen het meesterwerk, waarbij alle deeltafels door elkaar gemixt worden. Hier krijgen kinderen 2 minuten de tijd om 16 oefeningen foutloos te maken. In de loop van de tweede graad leren kinderen ook om te vermenigvuldigen en delen met grotere getallen. Ook dit kan je thuis inoefenen. Via smartschool kan je zien welke types oefeningen aan bod kwamen in de klas.

 Brevetten

In de tweede graad zijn er wekelijkse brevetten, 1 van rekenen en 1 van spelling. De communicatie (alsook het oefenmateriaal) verloopt via smartschool.

We vragen de ouders om deze planning mee op te volgen en indien nodig de leerstof thuis eens te herhalen. Wanneer je niet zeker weet of dit voor jouw kind nodig is, kan je steeds de leerkracht hierover aanspreken.

Derde graad

BREVETTEN

In de derde graad hebben alle kinderen een account op Smartschool. Je kan dit platform bereiken via https:// freinetschooldepit.smartschool.be. De leerkrachten geven elke week aan welke taken en lessen de kinderen moeten maken. Kinderen uit de derde graad leren dit plannen in de klas, maar hebben vaak nog opvolging nodig van hun ouders om alles tot een goed einde te brengen.

 Enkele voorbeelden:

  • Frans: wekelijks vocabulaire inoefenen met oefenkaartjes
  • Wekelijks inoefenen van woordpakketten / spellingsregels
  • Herhaling maal-en deeltafels
  • Maken van boekbesprekingen

Hoe kunnen ouders dit inoefenen? 

Via de website van de school vind je oefenmateriaal en leuke links waarmee je thuis aan de slag kan.

Moeilijkheden thuis extra inoefenen?

In de klas volgen we kinderen intensief op. Vanuit ons zorgbeleid proberen we om kinderen zo goed mogelijk binnen de klas te begeleiden. Leerlingen die een leerstof-onderdeel niet helemaal begrepen hebben, krijgen een verlengde instructie van de leerkracht of korte begeleiding door een zorgleerkracht.

Wanneer dit niet volstaat, kunnen we aan ouders vragen om dit ook thuis mee op te volgen. Op die manier willen we alle krachten bundelen om het leerproces van onze leerlingen optimaal te ondersteunen.

Informatiekanalen

RAPPORT

Zowel in december als in juni krijgt je kind een rapport. Hierin krijg je een geschreven analyse dat een overzicht geeft van de ontwikkelingen van je kind inzake:

  • de leergebieden die in de leerplannen zijn opgenomen: Nederlands, wiskunde, Wereldoriëntatie, Muzische Vorming, Lichamelijke Opvoeding, (Frans)
  • het welbevinden (hoe kinderen zich voelen) en betrokkenheid
  • de manier waarop men in groep omgaat (sociale vaardigheden)
  • gedrag en werkhouding en manier waarop het leren wordt aangepakt zelfsturing en ondernemingszin
  • de talenten en interesses

Vervroegd in het lager onderwijs beginnen

Ouders kunnen beslissen om hun kind vervroegd het lager onderwijs te laten aanvatten. Dit kan na de zomervakantie van het jaar waarin het kind vijf jaar wordt. Een leerling die 5 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, kan in het gewoon lager onderwijs ingeschreven worden, na advies van het C.L.B. en na toelating door de klassenraad.

Hou er wel rekening mee dat je kind dan leerplichtig is.

Uitstel om in het lager onderwijs te beginnen

Ouders kunnen ook beslissen om hun kind het eerste jaar van de leerplicht nog in het kleuteronderwijs te laten volgen en pas later het lager onderwijs te laten beginnen. Ze zijn wel verplicht hierover vooraf het advies van de klassenraad en van het centrum voor leerlingenbegeleiding in te winnen. Ook in dit geval wordt van het kind regelmatig schoolbezoek verwacht, zoals dit voor alle leerplichtigen geldt.

Zittenblijven in het niveau kleuter- en in het niveau lager onderwijs

De school beslist welke leerling er in het basisonderwijs overgaat en welke blijft zitten (exclusief de overgang van kleuter naar lager waar bijzondere modaliteiten gelden zoals hierboven uiteengezet). Indien de school beslist om een leerling te laten overzitten in het niveau kleuteronderwijs of in het niveau lager onderwijs, dan wordt deze beslissing genomen na voorafgaandelijk overleg met het CLB. De beslissing wordt schriftelijk en gemotiveerd aan de ouders bezorgd. De ouders krijgen mondeling toelichting bij de beslissing met kennisgeving van de begeleidende maatregelen gedurende het volgende schooljaar.

Verlengd verblijf in het lager onderwijs

Wanneer je kind 14 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, kan het nog één schooljaar het lager onderwijs volgen, zulks na gunstig advies van de klassenraad en een advies van het CLB. Na kennisneming vanen toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB neem je als ouder daaromtrent een beslissing.

Wanneer je kind 15 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar kan het niet meer toegelaten worden tot het lager onderwijs. Zodra je kind het getuigschrift basisonderwijs heeft verworven, kan het niet langer de lessen in de lagere school blijven volgen; tenzij na toelating door de klassenraad.

Screening van de onderwijstaal

Alle 5-jarige kleuters zullen een taaltest moeten afleggen. Deze test gaat na wat het niveau van de leerling inzake de onderwijstaal is. Wanneer blijkt dat je kind op basis van de resultaten van de taalscreening, onvoldoende het Nederlands beheerst, zal het een actief taalintegratietraject Nederlands moeten volgen.

WEBSITE

Hier vind je meest recente informatie terug. Surf naar www.freinetschooldepit.be

SMARTSCHOOL (‘NEED TO KNOW’)

Smartschool wordt in de lagere school gebruikt om over leerstof te communiceren. Hier vind je de brevetten, de oefenblaadjes, het weekplan, de aankondiging van de brevetten,….

Alle communicatie (evenals alle facturen) vanuit de directie, het secretariaat en de algemeen directeur worden verzonden via smartschool.

Na je inschrijving bezorgen we je een smartschool co-account waarmee je op www.freinetschooldepit. smartschool.be kan inloggen

KLASBLOGS - FACEBOOK - INSTAGRAM - WHATSAPP (‘NICE TO KNOW’)

Voor foto’s van leuke activiteiten, onderzoeken die lopen, hulpvragen voor uitstappen … hebben alle klassen de vrije keuze welk communicatiemiddel ze gebruiken. Tijdens de eerste infoavond in september wordt je hiervan in elke klas op de hoogte gebracht.

BOEKENTAS

In de lagere school vind je één maal per week de verbeterde werkbladen terug in de boekentas. Hiermee krijg je als ouders een overzicht van de gedane activiteiten.

SCHOOLKALENDER

Voor het einde van het schooljaar voorzien we op onze website een nieuwe schoolkalender waarin alle geplande activiteiten en vergaderingen worden vermeld. Toch zijn er soms wijzigingen of aanvullingen. Die worden zo snel mogelijk in via de algemene blog of in onze agenda op onze website geplaatst.

Communicatiekanalen

KLOKHUIS (=SCHOOLOVERLEG)

Op het schooloverleg ook wel het klokhuis genoemd, worden alle ouders en medewerkers van de school uitgenodigd en worden zaken besproken die de gehele school aan belangen en het interne klas gebeuren overschrijden. Punten kunnen altijd aangebracht worden bij de coördinator of bij één van de leden van de schoolraad.

KLASOVERLEG (=INFOAVOND)

Drie keer per jaar vindt er in elke klas een klasoverleg plaats. De begeleider geeft dan uitleg over de werking in de klas.

INDIVIDUELE GESPREKKEN

Er zijn ook geplande individuele gesprekken tussen de ouders en begeleider. Dit gebeurt tweemaal per jaar n.a.v. het rapport (december en juni). Een week op voorhand hangt een intekenlijst aan de deur van elke klas waarop je je voorkeursuur kan aanduiden. Een gesprek duurt gemiddeld 20 minuten. Als er vroeger contact nodig is met de ouders of de leerkracht, kan dit op elk moment wederzijds gevraagd worden. Voor de herfst- en de krokusvakantie hebben we in onze jaarkalender alvast oudercontacten op aanvraag voorzien.

HEB JE EEN VRAAG? ZIJN ER PROBLEMEN?

Op het oudercontact krijg je natuurlijk de nodige toelichting over de (evaluatie)gegevens die betrekking hebben op je kind. Maar je kan ook een afspraak maken om toelichting te krijgen over (verbetering van) huistaken of over andere leerling specifieke gegevens van je kind. Je hebt het recht om deze stukken in te kijken.

Indien er echter gegevens van een derde kind betrokken zijn, heb je toegang tot deze gegevens via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage. Mocht je na de toelichting nog een kopie wensen van de leerling gegevens, die enkel op jouw kind betrekking hebben, zal je die krijgen. Je verkrijgt deze kopieën persoonlijk. Je moet ze dus vertrouwelijk behandelen en mag ze niet verspreiden. Je engageert je dan ook om de kopieën niet openbaar te maken en enkel te gebruiken in de privésfeer voor de schoolloopbaan van je kind.

Je hebt het recht de volgende documenten in te zien:

Het individuele leerlingendossier dat alle relevante informatie over je kind bijhoudt. Wij vragen je wel dat je hiervoor een afspraak met de directeur maakt. Dit recht vervalt als het beroepsgeheim dit niet toelaat of als er zeer ernstige tegenindicaties zijn.

De verbeterde schriftelijke kopieën van toetsen, proeven en examens van uw kind. Onze LVS-toetsen kunnen tweemaal per jaar ingekeken worden tijdens de individuele oudergesprekken in December en in juni.

Als je kind beschikt over een gemotiveerd verslag voor toelating tot het geïntegreerd onderwijs, een

handelingsgericht advies voor ondersteuning vanuit het ondersteuningsmodel of over een verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs, dan is de school bij verandering van school verplicht dit bekend te maken en over te dragen aan de nieuwe school.

Er is ook een mogelijkheid om een persoonlijk gesprek tussen ouder en C.L.B.-medewerker te houden. Dit kan rechtstreeks door de ouder via het C.L.B. telefonisch (013 31 18 44) aangevraagd worden. Het is optimaal indien de ouder dit via de begeleider of eventueel de coördinator regelt of de begeleider, eventueel de coördinator, minstens hiervan op de hoogte brengt.

Contactpersonen CLB

An Dylst, directeur, Nijverheidslaan 10, 3290 Diest Tel. 011 45 62 70 clb.limburg.noord-adite@g-o.be

Nele Pellin, psycho pedagogisch consulent, 016 25 27 83, nele.pellin@g-o.be

Noor Verbeeck, 016 25 27 83, noor.verbeeck@g-o.be

Linda Janssens, paramedisch werker, 013 31 18 44

Jos Beirnaerts, arts, 013 31 18 44

Inspraak op onze school

Schoolraad
De schoolraad bestaat uit drie personeelsleden, drie ouders, twee vertegenwoordigers en de directeur. De leden van de schoolraad worden verkozen en komen een paar keer per jaar samen.

Onze schoolraad overlegt met de directeur omtrent welzijn en veiligheid, hij bepaalt mee hoe de school reilt en zeilt, waar het geld aan besteed wordt of welke uitstappen de leerlingen maken.

Hij geeft onder andere advies aan de Raad van Bestuur over de schoolinfrastructuur. De schoolraad volgt m.a.w. het dagelijks leven van het gehele schoolgebeuren op. De bevoegdheid in verband met pedagogische zaken blijft echter volledig in handen van het pedagogische team.

Voor onze school is de schoolraad als volgt samengesteld:

Personeel

  • Annelies Vanesch
  • Lieselot Bal
  • Maureen Czarnecki

Ouders

  • Stefanie Roosbeek
  • Katrien Philippen
  • Ilse Van Erum

Gecoöpteerd

  • Caroline De Weer
  • Ivan Popovic

Schoolonkosten en facturatie

In het kader van kosteloos onderwijs vragen wij geen geld voor alle schoolbenodigdheden.

Jaarlijks gaat elke klas op kamp en dit kadert binnen de klassikale werking.

Het aantal dagen dat een klas op kamp gaat, loopt in stijgende lijn op. In de kleuterschool (jongste kleuters 1 dag, oudste kleuters 2 dagen) vragen we hiervoor geen bijdrage en in de lagere school een maximum van 440 euro (= minder scherpe maximumfactuur):

  • eerste graad                                                3 dagen (totaal= 50 euro)
  • tweede graad                                              4 dagen (totaal= 70 euro)
  • derde graad                                                 5 dagen (totaal= 100 euro)

 Deze betalingen worden gefactureerd met een bijhorende mededeling. Ouders die deze bijdrage van de kampen niet kunnen betalen, mogen hiervoor contact opnemen met de coördinator. Op die manier kan er een individueel aangepast betalingsplan (rekening houdend met de mogelijkheden van de ouders) opgesteld worden.

Toch kan onze school niet voor alle kosten instaan. Voor bepaalde activiteiten (bv. bezoek aan tentoonstelling, toneel- of theatervoorstelling, workshops, sportactiviteiten tijdens de onderwijstijd, zwemmen…), waaraan uw kind deelneemt, zijn wij genoodzaakt een minimale bijdrage te vragen (= scherpe maximumfactuur):

  • kleuters                                                        45 euro
  • lagere school                                              90 euro

Levensbeschouwelijke vakken

Als ouder van de lagere school heb je de keuzemogelijkheid tussen verschillende erkende levens- beschouwelijke vakken. Daarnaast is er ook de mogelijkheid om vrijstelling van levensbeschouwelijke vakken aan te vragen. De keuze voor een vrijstelling dien je in bij de directeur binnen de acht kalenderdagen te rekenen vanaf de dag van inschrijving of uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar als je keuze voor een vrijstelling een verandering van keuze is. Als je kind vrijgesteld is van de verplichting om les te volgen in één van de erkende godsdiensten of de niet-confessionele zedenleer, dan moet je kind de vrijgekomen lestijden spenderen aan de studie van je eigen levensbeschouwing. Je kind mag tijdens deze lestijden niet van school wegblijven.

Wie voor het eerst een keuze moet maken (kinderen die in het eerste leerjaar stappen en de nieuwe kinderen van de lagere school) dient het nodige keuzedocument in te vullen. Wie wil wijzigen van keuze (een andere keuze dan wat je kind vorig schooljaar heeft gekozen) dient een nieuw keuzedocument in te vullen. Dit moet echter gebeuren voor 30 juni van het voorgaande schooljaar. Deze documenten kan u op het secretariaat verkrijgen.

 Wie bij hetzelfde levensbeschouwelijk vak van vorig schooljaar blijft, hoeft helemaal niets te doen.

Organigram

FREINETSCHOOL DE PIT

Toelichting

Op een Freinetschool wordt er gewerkt. Het hoofddoel van de school is en blijft school maken. Dat doen we elke dag. Het werkveld is hét terrein waar dit gerealiseerd wordt. Het pedagogisch team bepaalt in welke richting wij fietsen binnen Freinetlandschap. Zij draagt de verantwoordelijkheid voor het pedagogische luik van de school. De coördinator coördineert het pedagogisch team.

Peuters/1ste kleuters Mireille Borghs
Peuters/1ste kleuters Ilse Herinckx
2de kleuter Jessica Mebis
3de kleuter Lieselot Bal
1ste leerjaar Daphne Renders
2de leerjaar Annelies Vanesch
3de leerjaar Ruby Maes
4de leerjaar Sanne Maeremans
5de leerjaar Joanna Lemmens
6de leerjaar Marlies Pelgroms
Secretariaat Hilde Renders
Zorgteam Maureen Czarnecki/Evelien Jegers/Kelly Van Wijk

Het Klokhuis, het klasoverleg en de werkgroepen ondersteunen de pedagogische en organisatorische werking van de school. Op regelmatige tijdstippen wordt er over deze ondersteuning van gedachten gewisseld, geëvalueerd, bevraagd, … kortom overlegd.

Dit gebeurt in de eerste plaats op een klasoverleg. De leerkracht en de klasouder vormen hier per graad een tandem. Zij dragen samen met alle ouders van de klas de werking. Per graad organiseren we 3 keer een klasoverleg voor de ouders. We verwachten dat er telkens een ouder per gezin aanwezig is. Wie toch in de onmogelijkheid is om te komen, kan zich verontschuldigen bij de klasouder* of –begeleider. De data worden op de kalender, terug te vinden op de website, geplaatst.

Het klasoverleg heeft de volgende doelen:

  • informatie uitwisselen en overleggen over de klaswerking
  • een oudergroep vormen
  • bijdragen tot de schoolorganisatie

Werkgroepen overleggen in de eerste plaats via de werkgroepverantwoordelijken met de contact-personen uit het pedagogisch team. De contactpersoon wordt ook uitgenodigd op de vergaderingen van de werkgroep. Zij neemt er geen verantwoordelijkheden van de werkgroep op, maar neemt noodzakelijke zaken mee naar het pedagogisch team en omgekeerd.

Op het klokhuis worden alle ouders en medewerkers van de school uitgenodigd en worden zaken besproken die de gehele school aan belangen en het interne klasgebeuren overschrijden. Punten kunnen altijd aangebracht worden bij de coördinator of bij één van de leden van het dagelijks bestuur. Er kunnen op het schooloverleg geen beslissingen genomen worden. De hele opzet van de coöperatieve klas zou geen kans maken mochten de leerlingen niet een aantal verantwoordelijkheden op zich nemen, meedenken over mogelijke verbeteringen van de klaswerking. Anderzijds ontstaan er in elke groep regelmatig conflicten. Dit alles vind je terug in de klasraad.

De klasraad vindt in alle klassen (zowel kleuter als lager) wekelijks op hetzelfde moment plaats. Hierdoor kan er uitwisseling tussen de klassen ontstaan. Afgevaardigden van een klas kunnen een probleem aankaarten in een andere klas die zich hierover buigt, … De klasraad wordt geleid door een voorzitter, dit kan zowel de begeleider zijn als een kind. Tijdens de vergadering is de voorzitter “moderator”. Hij schetst het probleem, houdt de timing in de gaten, geeft beurten, beslist wanneer het gesprek een andere wending moet aannemen. De verslaggever ziet er op toe dat het gesprek verloopt volgens de afspraken en noteert de besluiten.

Elke klasraad vertrekt meestal vanuit de opmerkingen die gedurende de week verzameld werden in de klasbrievenbus.

 De meeste klassen werken met 3 onderdelen

  • ik stel voor
  • ik vind goed
  • ik vind niet goed

In de kinderschoolraad komen twee verantwoordelijken van elke klas (lager school) en Liesbeth wekelijks samen om het hele schoolgebeuren te bespreken. De kleuters geven hun punten af aan iemand van de lagere school. De kinderschoolraad wordt beurtelings geleid door een kind. Zijn taak is het vragen naar de te bespreken punten, het laten toelichten van de ‘auteur’, kinderen die het woord vragen of er wensen op te reageren de kans geven, de timing in het oog houden, laten formuleren van een eindconclusie en deze te laten noteren door de coördinator. Liesbeth zorgt ook voor de verspreiding ervan (zowel aan de klassen als op de website). Deze verslagen worden dan onmiddellijk voorgelezen in de klassen en de afspraken treden dan ook in werking.

De schoolraad is het leidinggevende team van de school en heeft als taak: motiveren, begeleiden, feedback geven, aanmoedigen, ondersteunen, evalueren, bevestigen, communiceren, onderhandelen, oplossingen vinden, … van en voor het werkveld. De schoolraad volgt m.a.w. het dagelijks leven van het gehele schoolgebeuren op. De leden van de schoolraad roepen een paar keer per jaar de klasouders bij elkaar (aangevuld met de zorgleerkracht). Er zetelen 3 leerkrachten, 3 ouders en 2 leden uit de ‘sec-milieus’ in de schoolraad die om de vier jaar verkozen worden door alle ouders. De taken van de leden van de schoolraad staan beschreven in het huishoudelijk reglement. De bevoegdheid i.v.m. pedagogische zaken blijft echter volledig in handen van het pedagogische team.

*Een specifieke taakomschrijving van de klasouder vind je terug op onze website www.freinetschooldepit.be onder ‘wegwijs’.

De kleine lettertjes

HET DECRETALE, JURIDISCHE DEEL

SCHOOLREGLEMENT

Het schoolreglement regelt de relaties tussen de school en de ouders en de leerlingen. Door het schoolreglement te ondertekenen, verbinden de ouders zich ertoe de bepalingen van het schoolreglement te respecteren. De praktische afspraken op de schoolwebsite maken integraal deel uit van het schoolreglement.

 Wijzigingen aan het schoolreglement

Bij wijzigingen aan het schoolreglement moet de school de ouders hierover informeren. In dit geval moeten de ouders zich schriftelijk akkoord verklaren. Indien de ouders niet akkoord gaan met de wijziging, dan eindigt de inschrijving op 31 augustus van het lopende schooljaar. Een wijziging aan het schoolreglement treedt normaal gezien slechts effectief in werking op 1 september van het daaropvolgende schooljaar. Wijzigingen die het gevolg zijn van nieuwe regelgeving kunnen echter wel in de loop van het schooljaar in werking treden. Waar in dit reglement sprake is van ‘de ouders’, bedoelen we ook de meerderjarige leerling (die autonoom kan optreden) of de personen die de minderjarige leerling in rechte of in feite onder hun bewaring hebben. Bij het verzamelen van gegevens over de leerling respecteert de school de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

AFWEZIGHEDEN

BaO/2002/11 - Afwezigheden van leerlingen in het basisonderwijs (16/08/2002)

1.Inleiding

De leerplichtwet bepaalt dat alle kinderen moeten leren, hetzij via huisonderwijs, hetzij via onderwijs in een school. De leerplicht van elk kind is niet los te zien van het leerrecht, dat in diverse internationale verdragen (o.a. het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind) ingeschreven is. De overheid heeft als plicht erover te waken dat het recht op onderwijs - hoewel in veel gevallen een evidentie - voor alle kinderen gegarandeerd wordt.

Artikel 22 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 bepaalt dat de regering vastlegt in welke gevallen leerplichtige leerlingen gewettigd afwezig zijn. Het bepalen van deze gevallen is van belang voor het begrip ‘regelmatige leerling’ in het basisonderwijs. Een leerplichtige die onwettig afwezig is, verliest immers het statuut van regelmatige leerling.

 Dit heeft gevolgen op twee vlakken:

  • De leerling telt niet mee voor de personeelsformatie en voor de toelagen (gevolgen naar de school toe);
  • Indien het om een leerling uit het zesde leerjaar gaat, dan kan deze geen getuigschrift basisonderwijs krijgen (gevolg naar de leerling toe).

Regelmatig schoolbezoek

De ouders zijn verplicht erop toe te zien dat hun kind vanaf het begin van de leerplicht regelmatig de school bezoekt. Onder regelmatig schoolbezoek verstaan we het volgen van alle lessen en activiteiten die op het leerplan voorkomen, eventuele vrijstellingen uitgezonderd [bv. een vrijstelling voor zwemmen zal slechts worden toegestaan, indien er gewichtige medische redenen zijn die gestaafd worden door een medisch attest]. Onze school richt jaarlijks een aantal activiteiten in die tot doel hebben het aanbieden van de leerstof te verlevendigen.

 Deze buitenschoolse activiteiten worden in bijlage verder gespecificeerd. Het is de bedoeling om zo veel mogelijk kinderen aan de extra-muros activiteit te laten deelnemen. Leerplichtige leerlingen die niet deelnemen aan een buitenschoolse activiteit, dienen gedurende die periode op school aanwezig te zijn. De school zal voor deze leerlingen vervangende activiteiten organiseren. Indien u beslist om uw kind niet mee te laten gaan op een buitenschoolse activiteit van een (of meer) volledige dag(en), dan dient u deze weigering voorafgaandelijke en schriftelijk ter kennis te brengen aan de directie van de school.

In het kleuteronderwijs engageren de ouders zich ertoe dan hun kleuter in voldoende mate aanwezig is.

Concreet betekent dit:

  • In het schooljaar waarin een leerling in het kleuteronderwijs drie jaar wordt moet het 150 halve schooldagen aanwezig zijn geweest, of 100 halve schooldagen indien de leerling na 31 december van hetzelfde schooljaar de leeftijd van drie jaar bereikt;
  • In het schooljaar waarin een leerling in het kleuteronderwijs vier jaar oud wordt moet het 185 halve schooldagen zijn aanwezig geweest;
  • In het schooljaar waarin een leerling in het kleuteronderwijs vijf jaar oud wordt moet het 275 halve schooldagen zijn aanwezig geweest;

Het naleven van dit engagement is verplicht om het recht op een schooltoelage te behouden. Het aantal problematische afwezigheden die de leerling in de loop van het schooljaar heeft opgebouwd wordt overgedragen bij schoolverandering. Verzet is niet mogelijk. Bij onvoldoende aanwezigheid in het betrokken schooljaar kan een kleuter geacht worden voldoende aanwezig te zijn indien een attest van een arts of een paramedicus, staaft dat de kleuter tijdens het betrokken schooljaar niet of slechts onregelmatig naar school kan gaan.

2. Op wie is de regelgeving afwezigheden van toepassing?

De regelgeving op afwezigheden is van toepassing op leerplichtige leerlingen in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs. De regelgeving is dus ook van toepassing op leerlingen die, wegens verlengd kleuterschoolbezoek, op zesjarige leeftijd nog in het kleuteronderwijs zitten. Op basis van hun leeftijd zijn zij immers leerplichtig. Voor deze kinderen die het eerste jaar van de leerplicht in het kleuteronderwijs doorbrengen geldt dezelfde regeling als in het lager onderwijs.

Concreet betekent dit:

  • In het schooljaar waarin een leerling in het kleuteronderwijs zes jaar oud wordt niet meer dan 29 halve dagen ongewettigd afwezig zijn geweest;
  • In het schooljaar waarin een leerling in het kleuteronderwijs zeven jaar oud wordt niet meer dan
  • 29 halve dagen ongewettigd afwezig zijn geweest; Anderzijds is de regelgeving ook van toepassing op leerlingen die reeds op vijfjarige leeftijd overgestapt zijn naar het lager onderwijs.

Niet-leerplichtige leerlingen in het kleuteronderwijs kunnen niet onwettig afwezig zijn, aangezien ze wegens niet onderworpen aan de leerplicht - niet steeds op school moeten zijn. De regelgeving is dus niet op hen van toepassing. Toch wijst de school best ook ouders van kleuters op het belang om àlle afwezigheden (tijdig) te melden. Op deze manier kan de school ook het belang van aanwezigheid in het kleuteronderwijs duidelijk maken aan de ouders.

In het lager onderwijs geldt de volgende regeling:

Het ligt niet in de bedoeling dat aan ouders toestemming wordt gegeven om vroege met vakantie te vertrekken of om later uit vakantie terug te keren. De leerplicht veronderstelt dat een leerling op school is van 1 september tot en met 30 juni (behoudens de schoolvakanties).

3. Welke afwezigheden zijn gewettigd?

Afwezigheid om medische redenen

Verklaring door de ouders

Als de ziekte een periode van drie opeenvolgende kalenderdagen niet overschrijdt, volstaat een verklaring ondertekend en gedateerd door de ouders. Een dergelijke verklaring kan maximaal viermaal per schooljaar aangewend worden (behalve bij chronisch zieke kinderen).

Medisch attest

Een medisch attest is vereist:

  • als de ziekte van je kind langer dan drie opeenvolgende kalenderdagen duurt (ook bij verlenging)
  • als al viermaal in hetzelfde schooljaar een verklaring van de ouders werd ingediend voor een ziekteperiode van drie of minder kalenderdagen.

Alle afwezigheden om medische redenen moeten worden gewettigd:

  • bij terugkomst op school;
  • door het attest onmiddellijk aan de school te bezorgen als het een periode van meer dan tien opeenvolgende schooldagen betreft.

 Als de rechtsgeldigheid van het medisch attest van je kind twijfelachtig is, beschouwen we de afwezigheid als ongewettigd.

Een medisch attest is twijfelachtig als:

  • het attest zelf de twijfel van de arts aangeeft wanneer deze een dixit-attest uitschrijft ;
  • de uitreikingsdatum van het attest buiten de ziekteperiode van je kind valt;
  • de begin- en/of einddatum van de afwezigheidsperiode op het medisch attest ogenschijnlijk vervalst werd;
  • het attest een reden vermeldt die niets met de medische toestand van je kind te maken heeft zoals de ziekte van één van de ouders, hulp in het huishouden, familiale redenen, …

Bij een twijfelachtig medisch attest kan de school contact opnemen met de CLB-arts van de school. De CLB-arts kan dan contact opnemen met de behandelende arts om het dossier van je kind te bespreken of aan te kaarten. Rekening houdend met de deontologische artsencode kunnen beide artsen de zaak van je kind verder opvolgen.

Bij een twijfelachtig medisch attest kan de school contact opnemen met de CLB-arts van de school. De CLB-arts kan dan contact opnemen met jouw behandelende arts om je dossier te bespreken/aan te kaarten. Rekening houdend met de deontologische artsencode kunnen beide artsen jouw zaak verder opvolgen.

Als je kind door een medische behandeling verschillende keren afwezig is, volstaat één medisch attest met de verschillende data. Ook als je chronisch ziek bent en niet voor elke afwezigheid een doktersconsultatie nodig hebt, kan één medisch attest volstaan. Dit gebeurt steeds in samenspraak met de CLB-arts. Als je dan effectief als gevolg van je chronische ziekte afwezig bent, volstaat een attest van jou als ouders.

Het medisch attest voor de lessen lichamelijke opvoeding en sportactiviteiten op school

Uniform medisch attest voor wie niet deelneemt aan de lessen lichamelijke opvoeding.

  •  dit attest moet door de huisarts meegegeven worden zodat de school kan uitmaken wat wel en wat niet kan in deze lessen;
  • bij langdurige afwezigheid in deze lessen, bestaat een specifiek formulier. Hierin vraagt het CLB een herevaluatie aan de behandelende geneesheer.

 Afwezigheid om levensbeschouwelijke redenen

Afwezigheid tijdens het vak godsdienst of niet-confessionele zedenleer gelet op de eigen levensbeschouwelijke overtuiging.

  • de vrijgekomen lestijden worden besteed aan de studie van de eigen levensbeschouwing;
  • afwezigheid op school tijdens deze lestijden is niet toegelaten.

Van rechtswege gewettigde afwezigheden o.b.v. diverse redenen

De afwezigheid wordt, naargelang het geval, gestaafd door een verklaring van de betrokken personen of een officieel document dat de reden van de afwezigheid opgeeft.

  • een begrafenis- of huwelijksplechtigheid bijwonen van een bloed- of aanverwant of van een persoon die onder hetzelfde dak woont (enkel dag van begrafenis zelf);
  • het bijwonen van een familieraad;
  • de onbereikbaarheid of de ontoegankelijkheid van de instelling door overmacht;
  • het onderworpen zijn aan maatregelen opgelegd in het kader van de bijzondere jeugdzorg of de jeugdbescherming;
  • de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank;
  • om feestdagen te beleven die inherent zijn aan zijn/haar door de grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging.

 Afwezigheden om diverse redenen mits akkoord van de directeur

De afwezigheid kan slechts mits akkoord van de directeur en mits overhandiging van, al naargelang het geval, een verklaring van de betrokken personen of een officieel document. Bij het toestaan van dergelijke afwezigheden zal de directeur rekening houden met het belang van de leerling, dan wel met het belang van de schoolgemeenschap.

  •  afwezigheid voor een rouwperiode na de begrafenis van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad of van een persoon die onder hetzelfde dak woont; of om de begrafenis van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad in het buitenland bij te wonen;
  • afwezigheid ingevolge de individuele selectie voor een culturele of sportieve manifestatie;

deze afwezigheid kan maximaal tien al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar bedragen;

  • afwezigheid om persoonlijke redenen, in echt uitzonderlijke omstandigheden; voor deze afwezigheid moet de directeur vooraf zijn akkoord verleend hebben
  • deelname aan time-out projecten.

 Afwezigheden tijdens extra-muros activiteiten

Ouders kunnen de deelname aan extra–muros–activiteiten weigeren indien dit voorafgaandelijk en schriftelijk aan de directie van de school wordt gecommuniceerd.

niet-deelname dient voorafgaandelijk en schriftelijk aan de directie te worden gemeld;

studie-uitstappen, stages, theater- of filmvoorstellingen, gezamenlijke bezoeken aan musea, enz … worden tot de normale schoolactiviteiten gerekend;

de leerlingen die niet deelnemen aan de extra-muros activiteiten dienen wel degelijk aanwezig te zijn op school; voor hen zullen vervangende activiteiten worden georganiseerd.

 Afwezigheden in gevolge topsportconvenant

Het betreft afwezigheden voor leerlingen die worden toegestaan op basis van het topsportconvenant in de sporttakken tennis, zwemmen en gymnastiek. Deze categorie van afwezigheden kan slechts worden toegestaan voor maximaal 6 lestijden per week (verplaatsingen inbegrepen) en kan enkel als de school voor de betrokken topsportbelofte over een dossier beschikt dat volgende elementen bevat:

  • een gemotiveerde aanvraag van de ouders;
  • een verklaring van een bij de Vlaamse sportfederatie aangesloten sportfederatie;
  • een medisch attest van een sportarts verbonden aan een erkend keuringscentrum van de Vlaamse Gemeenschap;
  • een akkoord van de directie: de directeur kan het aanvraagdossier aanvaarden of weigeren.
  • In uitzonderlijke gevallen: de afwezigheid van kinderen van binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners, om de ouders te vergezellen tijdens hun verplaatsingen (de zgn. trekperiodes)

Afwezigheid op basis van een overeenkomst tussen de ‘ankerschool’ en de ouders

in principe moeten deze kinderen elke dag aanwezig zijn op school;

in uitzonderlijke omstandigheden kunnen kinderen die met hun ouders meereizen gedurende de zgn. trekperiodes, genieten van deze vorm van tijdelijk ‘huisonderwijs’, ondersteund vanuit een ‘ankerschool’;

afwezigheid van deze kinderen is gewettigd mits:

  • de school tijdens de afwezigheid voor een vorm van onderwijs op afstand zorgt;
  • de school, maar ook de ouders, zich engageren dat er regelmatig contact is over het leren van het kind.

 Onderwijs voor zieke jongeren - tijdelijk onderwijs aan huis

Onderwijs aan huis is mogelijk wanneer de leerling een relatief lange periode gedurende het schooljaar op school afwezig is wegens ziekte of ongeval en de leerling hierdoor tijdelijk onmogelijk of minder dan halftijds de lessen kan volgen op school.

Om voor tijdelijk onderwijs aan huis in aanmerking te komen moeten alle volgende voorwaarden gezamenlijk worden vervuld:

  • de leerling is meer dan 21 kalenderdagen (schooljaaroverschrijdend) ononderbroken afwezig op school wegens ziekte of ongeval. Wanneer de leerling de lesbijwoning op school hervat, maar binnen een termijn van 3 maanden opnieuw afwezig is wegens ziekte of ongeval, dan geldt er geen wachttijd, maar gaat het recht op tijdelijk onderwijs aan huis onmiddellijk in;

Uitzondering: chronisch zieke kinderen hebben recht op vier uur tijdelijk onderwijs aan huis na 9 halve schooldagen afwezigheid.

  • de ouders moeten de vraag voor onderwijs aan huis schriftelijk formuleren en staven met een medisch attest;
  • de afstand tussen de school/vestigingsplaats en de verblijfplaats van betrokken leerling is ten hoogste 10 km (of 20 km voor het buitengewoon onderwijs).
  • als je kind opgenomen is in een ziekenhuis, een preventorium of een voorziening voor residentieel verblijf waaraan een type 5-school verbonden is, wordt de thuisschool tijdelijk ontslagen van de verplichting om onderwijs aan huis te organiseren.

Afwezigheden omwille van revalidatie tijdens de lestijden

Een groeiend aantal ouders doet beroep op schoolexterne hulpverleners. De directeur van een school kan een afwezigheid van een leerling toestaan omwille van revalidatie tijdens de lestijden. Deze revalidatie dient te worden uitgevoerd door bij wet gemachtigde hulpverleners.

De regelgeving onderscheid 2 situaties:

  • Afwezigheid omwille van revalidatie na ziekte of ongeval (die niet behoort tot situaties die vallen onder b) hieronder, en dit gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen.

Daartoe is een verklaring van de ouders nodig waaruit blijkt waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaats vinden. Ook moet er een medisch attest zijn waaruit de noodzakelijkheid, de frequentie en de duur van de revalidatie blijkt. Uit het advies geformuleerd door het centrum voor leerlingenbegeleiding (na overleg met de klassenraad en de ouders) moet blijken waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaats vinden. De directeur verleent toestemming voor afwezigheid voor de periode welke in het medisch attest werd vermeld.

  • De afwezigheid gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen voor de behandeling van een stoornis die is vastgelegd in een officiële diagnose.

Een bewijs van deze diagnose moet terug te vinden zijn in het revalidatiedossier voor deze leerling op school. Indien dit voor specifieke diagnoses omwille van privacy (persoonsgegevens betreffende de gezondheid) niet mogelijk is, kan het bewijs geleverd worden op basis van een verklaring van het CLB dat het een stoornis betreft die is vastgelegd in een officiële diagnose zoals omschreven in artikel 5, 4° van het BVR tot vaststelling van de operationele doelen van CLB.

 Hier wordt een vierledige procedure voorzien waarbij vooral het advies van het CLB in overleg met de klassenraad en de ouders belangrijk is. Het advies van het CLB moet motiveren waarom de problematiek van de leerling van die aard is dat het wettelijk voorziene zorgbeleid van een school daar geen antwoord op kan geven. Tevens dient te worden vermeld dat de revalidatietussenkomsten niet beschouwd kunnen worden als schoolgebonden aanbod. Er dient een samenwerkingsovereenkomst te worden opgesteld tussen de school en de revalidatieverstrekker aangaande de wijze waarop de revalidatie het onderwijs voor de leerling in kwestie zal aanvullen en de manier waarop de informatie-uitwisseling zal verlopen.

 De revalidatieverstrekker bezorgt op het einde van elk schooljaar een evaluatieverslag aan de directie van de school en aan het centrum van leerlingenbegeleiding (met in acht name van de privacy wetgeving). De toestemming van de directeur dient jaarlijks vernieuwd en wordt gemotiveerd rekening houdend met het evaluatieverslag.

 In uitzonderlijke omstandigheden en mits gunstig advies van het CLB in overleg met de klassenraad en de ouders, kan de maximumduur van 150 minuten voor de leerplichtige kleuters uitgebreid worden tot 200 minuten, verplaatsing inbegrepen.

4. Problematische afwezigheid

We vragen dat alle leerlingen (ook de kleuters) tijdig aanwezig zijn (vijf minuten voor het belsignaal), zodat alle activiteiten op tijd kunnen beginnen. Bij laattijdige aankomst noteert de leerkracht dit in de agenda van de leerling. Als dit zich meermaals voordoet, neemt de directeur contact op met de ouders. Leerlingen die te laat komen missen een belangrijk deel van de leerstof en storen het klasgebeuren.

Onze school beschouwt het als haar taak om het algemeen welbevinden van de leerling te waarborgen. Als wij vaststellen dat een leerling spijbelt/ en of regelmatig te laat komt, dan neemt de directie (telefonisch of via de schoolagenda) contact op met de ouders. Desgevallend kan er een stappenplan worden opgemaakt.

Wanneer een leerling ongewettigd afwezig blijft, zal de school samen met het CLB helpen om het probleem op te lossen.

 Een twijfelachtig medisch attest of en niet verantwoorde afwezigheid worden steeds beschouwd als problematische afwezigheden.

 Van zodra een leerling vijf halve schooldagen ongewettigd afwezig is, moeten wij het begeleidende CLB inschakelen en wordt een begeleidingsdossier opgemaakt. Problematische afwezigheden hebben tot gevolg dat je kind zijn statuut van regelmatige leerling kan verliezen. In het zesde leerjaar betekent dit dat je kind geen getuigschrift basisonderwijs meer kan krijgen. Het is ook mogelijk dat de schooltoelage wordt ingetrokken.

Het aantal problematische afwezigheden dat je kind in de loop van het schooljaar heeft opgebouwd, wordt overgedragen als je van school verandert. Het is niet mogelijk om je hiertegen te verzetten.

 5. Sanctionering van de ouders

Al wordt de bepaling slechts zelden toegepast, de leerplichtwet bepaalt dat ouders bij misbruik kunnen gestraft worden.

6. Overgang lagere school

Om te kunnen overstappen naar het eerste leerjaar lager onderwijs moet de leerling, die zes jaar wordt vóór 1 januari van het lopend schooljaar, minstens 250 halve dagen aanwezig geweest zijn in de derde kleuterklas van een Nederlandstalige kleuterschool of de toelating hebben van de klassenraad.

 7. Vervroegd in het lager onderwijs beginnen

Ouders kunnen beslissen om hun kind vervroegd het lager onderwijs te laten aanvatten. Dit kan na de zomervakantie van het jaar waarin het kind vijf jaar wordt. Een leerling die 5 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, kan in het gewoon lager onderwijs ingeschreven worden, na advies van het C.L.B. en na toelating door de klassenraad.

BEGELEIDING EN EVALUATIE

Met de leerlingenevaluatie verzamelen we betrouwbare informatie over de schoolse ontwikkelingen van je kind. Het gaat hierbij zowel om kennis, vaardigheden als houdingen (zoals bijvoorbeeld inzet, nauwkeurigheid, werkhouding,…). Deze informatie verschaft ons een zicht op het huidige leer- en ontwikkelingsproces en geeft ons aanknopingspunten om dit proces verder optimaal te begeleiden.

Als school hebben we immers de opdracht om voor kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding te zorgen. We doen dit door je kind te begeleiden zowel op het vlak van schoolse vaardigheden als op vlak van sociaal-emotionele ontwikkeling, gezondheid, studiekeuze. We zorgen voor een ‘brede basiszorg’ waarbij de leerkrachten door goed les te geven en te differentiëren alle kinderen zo ver mogelijk proberen te krijgen in hun leer- en ontwikkelingsproces. Kinderen voor wie deze basiszorg niet voldoende is, krijgen extra ondersteuning (‘verhoogde zorg’). Wanneer nog intensere begeleiding nodig is, doen we beroep op het CLB (zie hoofdstuk CLB).

HET GETUIGSCHRIFT BAO

BaO/98/11 – Het uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs vanaf het schooljaar 1998-1999 (21/12/1998)

1.Toelichting

Getuigschrift basisonderwijs uitgereikt door het schoolbestuur

In het gewoon basisonderwijs reiken schoolbesturen van erkende, gefinancierde en gesubsidieerde scholen op het einde van elk schooljaar een getuigschrift basisonderwijs uit aan de regelmatige leerlingen die het gewoon lager onderwijs hebben voltooid en die in voldoende mate doelen uit het leerplan die het bereiken van de eindtermen beogen. De ouders worden geacht de beslissing omtrent het getuigschrift basisonderwijs uiterlijk op 1 juli in ontvangst te hebben genomen.

De directie maakt vóór 20 juni een volledige lijst op van leerlingen die het lager onderwijs zullen voltooien op het einde van het lopende schooljaar.

 Per leerling wordt een dossier aangelegd dat volgende elementen omvat:

  • de voornamen, de familienaam, de geboorteplaats en geboortedatum;
  • het adres van de leerling en dat van de ouders;
  • de synthese van de schoolrapporten en/of evaluaties in het lopende en het voorafgaande schooljaar;
  • het verslag van de leerkracht die tijdens het laatste schooljaar het hoogste aantal lestijden gegeven heeft aan de leerling.
  • Na 20 juni en vóór het einde van het schooljaar beslist de klassenraad over de toekenning van het getuigschrift basisonderwijs per individuele leerling op grond van alle documenten in het leerlingendossier.

 De klassenraad is het team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur of zijn afgevaardigde samen de verantwoordelijkheid draagt voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling. De beraadslaging van de klassenraad wordt schriftelijk vastgelegd. Deze notulen worden ondertekend door de voorzitter en alle leden van de klassenraad en worden gedurende 15 jaar op school bewaard waar ze door de onderwijsinspectie kunnen geraadpleegd worden.

Op de lijst van de leerlingen wordt ten slotte aangeduid naast de naam van elke leerling of het getuigschrift basisonderwijs al dan niet uitgereikt werd.

Behaalt je kind het getuigschrift niet, dan levert de klassenraad een gemotiveerde verklaring af waarin de schooljaren vermeld staan die je kind in het lager onderwijs gevolgd heeft, een motivatie waarom het getuigschrift basisonderwijs niet werd gehaald, met inbegrip van aandachtspunten voor de toekomst.

De examencommissies

Elke leerplichtige die lager onderwijs via huisonderwijs volgt of in een niet-erkende school en iedereen die tenminste 9 jaar is - behoudens, in uitzonderlijke omstandigheden, afwijking verleend door de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs - en geen getuigschrift van basisonderwijs heeft, kan het getuigschrift behalen via een examencommissie.

 Volgende scholen werden door de regering aangeduid om als examencommissie te fungeren:

  • basisschool van het gemeenschapsonderwijs, Thonetlaan 106 te 2050 ANTWERPEN, tel. 03/219.59.30;
  • gesubsidieerde vrije basisschool, Kasteelpleinstraat 31, 2000 ANTWERPEN, tel. 03-231.81.88;
  • basisschool van het gemeenschapsonderwijs, Hoogveldweg 5 te 3012 WILSELE, tel. 016/44.46.37;
  • vrije basisschool, Jules Sermonstraat 15, 1600 Sint-Pieters-Leeuw, tel. 02/377.32.35;
  • gesubsidieerde gemeentelijke basisschool, Joris van Oostenrijkstraat 55 te 3511 HASSELT, tel. 011/25.52.88;
  • gesubsidieerde vrije lagere school, Kiewitstraat 101 te 3500 HASSELT, tel. 011/21.02.20;
  • gesubsidieerde gemeentelijke lagere school, Neermeerskaai 2 te 9000 GENT, tel. 09/222.01.10;
  • gesubsidieerde vrije lagere school, Onze-Lieve-Vrouwdreef 2 te 9041 OOSTAKKER, tel. 09/259.02.93;
  • gesubsidieerde gemeentelijke basisschool, Diksmuidse Heerweg 159 te 8200 SINT-ANDRIES, tel. 050/39.13.23;
  • gesubsidieerde vrije lagere school, Fortuinstraat 29, 8310 BRUGGE (SINT-KRUIS), tel. 050/28.85.10.

 Deze scholen worden bekendgemaakt via het Belgisch Staatsblad en de Vlaamse kranten. Jongeren of volwassenen die hun getuigschrift via een examencommissie willen behalen, kiezen zelf in welke school ze zich aanbieden. Deze betrokken scholen worden door de onderwijsinspectie begeleid bij de organisatie en het verloop van de examens.

Beroepsprocedure tegen het niet toekennen van het getuigschrift basisonderwijs

Onmiddellijk na de deliberatie van de klassenraad wordt een gesprek georganiseerd met ouders waarvan de kinderen geen getuigschrift basisonderwijs behalen. Tijdens dit gesprek zullen ouders inzage krijgen in het dossier en worden de elementen aangegeven die geleid hebben tot de genomen beslissing. Aan de ouders wordt tevens de geformaliseerde beslissing overhandigd waaruit blijkt dat aan de leerling geen getuigschrift basisonderwijs wordt uitgereikt.

  • Bezwaar

De beslissing van de klassenraad om een getuigschrift basisonderwijs niet toe te kennen, kan door de ouders worden betwist. Binnen een termijn van drie dagen (zaterdag, zondag, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend), volgend op de dag waarop de beslissing van het niet- uitreiken aan de ouders wordt kenbaar gemaakt, kunnen de ouders die deze beslissing betwisten, een persoonlijk onderhoud aanvragen met de directeur of zijn afgevaardigde, om hun bezwaren kenbaar te maken. De datum van het gesprek wordt hen schriftelijk meegedeeld.

Tijdens het gesprek kunnen de ouders het dossier inkijken en worden de elementen aangegeven die hebben geleid tot de genomen beslissing. Van dit overleg wordt een schriftelijke neerslag gemaakt.

 Na het gesprek zijn er volgende scenario’s mogelijk:

  • De ouders zijn ervan overtuigd dat de klassenraad de juiste beslissing heeft genomen en trekken de betwisting in.
  • De directeur of zijn afgevaardigde beslist om de klassenraad opnieuw te laten samenkomen, waarna de klassenraad beslist om het niet toekennen van het getuigschrift basisonderwijs te bevestigen of te wijzigen.
  • De directeur of zijn afgevaardigde beslist om de klassenraad niet opnieuw te laten samenkomen.

 De ouders nemen kennis van de beslissing om de klassenraad niet opnieuw te laten samenkomen, of nemen de beslissing van de klassenraad die opnieuw is samengekomen schriftelijk in ontvangst. Als de ouders de beslissing niet in ontvangst nemen op de voorziene termijn, beschouwen we de beslissing als ontvangen. De school wijst de ouders schriftelijk op de mogelijkheid tot beroep.

  •  Beroep

De beroepsmogelijkheid ontstaat pas, nadat via overleg tussen de partijen werd gepoogd om constructief tot een oplossing te komen (zie 2.1.) De ouders verzenden het beroep best via een aangetekende zending; op die manier kunnen zij bewijzen dat zij het beroep tijdig hebben ingediend.

 Als na het overleg met de directeur of zijn afgevaardigde van het schoolbestuur, of nadat de klassenraad opnieuw is samengekomen, de betwisting blijft bestaan, kunnen de ouders schriftelijk (gedateerd en ondertekend; met omschrijving van het voorwerp van beroep en motivering van de ingeroepen bezwaren) beroep instellen bij de algemeen directeur van de scholengroep binnen een termijn van drie dagen (zaterdag, zondag, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend) na het overleg of nadat de beslissing van de klassenraad hen werd medegedeeld.

De algemeen directeur stelt beroepscommissie samen en die bestaat uit interne en externe leden. Een lid dat intern is kan nooit behoren tot de geleding van de externen. De voorzitter van de beroeps-commissie wordt door de algemeen directeur aangeduid onder de externe leden.

  • Beslissing van de beroepscommissie

Elk lid van de beroepscommissie is stemgerechtigd. Bij stemming is het aantal stemgerechtigde interne leden gelijk aan het aantal stemgerechtigde externe leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de beroepscommissie doorslaggevend. De ouders worden door de beroepscommissie gehoord. Ook de leden van de klassenraad kunnen worden gehoord.

De behandeling van het beroep door de beroepscommissie leidt tot, hetzij een gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid wegens laattijdige indiening of het niet voldoen aan de vormvereisten een bevestiging van het niet toekennen van het getuigschrift basisonderwijs de toekenning van het getuigschrift Basisonderwijs

Elk lid van de beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen.

Het resultaat van het beroep wordt aan de betrokken personen schriftelijk en gemotiveerd ter kennis gebracht uiterlijk op 15 september, met vermelding van de verdere beroepsmogelijkheid.

Binnen het GO! zelf is er na deze procedure geen verder beroep meer mogelijk.

  •  Annulatieberoep

Als de beroepsprocedure binnen het GO! is uitgeput, kunnen de ouders bij de Raad van State een annulatieberoep of een verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging indienen. Zij hebben hiervoor zestig kalenderdagen de tijd vanaf het moment dat zij kennis namen van de beslissing van de beroepscommissie. Deze procedure heeft geen opschortende werking. De betwiste beslissing kan dus onmiddellijk uitgevoerd worden.

ONDERWIJS AAN HUIS

BaO/97/5 - Onderwijs aan huis (17/06/1997)

Kinderen die lange tijd ziek zijn, hebben onder bepaalde voorwaarden recht op wekelijks vier uren tijdelijk onderwijs aan huis. Chronisch zieke leerlingen hoeven de wachttijd van 21 kalenderdagen niet te doorlopen. Leerplichtige leerlingen voor wie het omwille van een handicap onmogelijk is lager onderwijs te volgen op school, hebben recht op permanent onderwijs aan huis.

1. Toelichting

Het decreet basisonderwijs creëert een recht op onderwijs voor kinderen die een lange periode afwezig zijn wegens ziekte, ongeval of een handicap. Dit onderwijs is kosteloos voor de ouders.

 Er worden twee vormen onderscheiden:

  • tijdelijk onderwijs aan huis;
  • permanent onderwijs aan huis.

 Tijdelijk onderwijs aan huis en synchroon internetonderwijs

Algemeen

Het recht op tijdelijk onderwijs aan huis of synchroon internetonderwijs

Een leerplichtig kind uit het lager onderwijs (niet in het kleuteronderwijs), heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis indien volgende voorwaarden gelijktijdig zijn vervuld:

Duur van de afwezigheid

  • Het kind is meer dan 21 kalenderdagen ononderbroken afwezig wegens ziekte of ongeval. Voor het berekenen van deze 21 kalenderdagen worden vakantieperiodes meegeteld. De 21 kalenderdagen kunnen ook geheel of gedeeltelijk in het vorig schooljaar doorlopen zijn.
  • Een kind wordt ziek op 2 januari 2006 (kerstvakantie). De periode van 2 januari tot en met 8 januari valt in de kerstvakantie, maar telt mee voor de berekening van de 21 kalenderdagen die recht geven op tijdelijk onderwijs aan huis. Dit kind heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis vanaf 23 januari 2006.
  • Een kind wordt de maandag vóór de paasvakantie ziek. Dit kind heeft op de eerste schooldag na de paasvakantie recht op tijdelijk onderwijs aan huis, aangezien de wachttijd van 21 kalenderdagen doorlopen is (de week voor de paasvakantie = 7 kalenderdagen - de twee weken paasvakantie = 14 kalenderdagen).
  • Een kind wordt ziek op 1 augustus. De eerste schooldag van september heeft dit kind onmiddellijk recht op tijdelijk onderwijs aan huis, aangezien dit kind al een volledige maand ziek is.

 Ook een leerling die - na een onderbroken afwezigheid van 21 kalenderdagen - wegens ziekte of ongeval op weekbasis minder dan halftijds aanwezig kan zijn op school, heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis. Het medisch attest moet hier bevestigen dat de leerling onmogelijk halftijds of meer op school kan zijn. In de praktijk gaat het dus om kinderen die per week minder dan 5 halve dagen aanwezig zijn.

Specifieke situatie bij chronische ziekte:

Een chronische ziekte wordt hier gedefinieerd als een ziekte die een continue of repetitieve behandeling van minstens 6 maanden noodzaakt. Het gaat hier bijvoorbeeld om nierpatiëntjes, astmapatiëntjes, … Sommige kinderen die leiden aan een chronische ziekte zijn, bekeken over de loop van een schooljaar, vaak afwezig. Aangezien sommigen onder hen evenwel niet aan een ononderbroken afwezigheid van 21 kalenderdagen geraakten, kwamen zij tot nog toe niet in aanmerking voor tijdelijk onderwijs aan huis. Vanaf 1/1/2007 vervalt voor chronisch zieke kinderen de wachttijd van 21 kalenderdagen. Deze kinderen hebben recht op vier uur tijdelijk onderwijs aan huis na 9 halve schooldagen afwezigheid (= omgerekend een volledige schoolweek).

Deze 9 halve schooldagen afwezigheid hoeven niet in een ononderbroken periode doorlopen te zijn. Telkens het kind daarop opnieuw 9 halve schooldagen afwezigheid opgebouwd heeft, heeft het opnieuw recht op vier uur tijdelijk onderwijs aan huis.

Voorbeeld:

Een kind is wekelijks een halve dag afwezig omdat het naar de nierdialyse moet. Na 9 weken heeft dit kind een schoolweek afwezigheid (9 halve schooldagen) omwille van chronische ziekte opgebouwd en heeft het recht op vier uur tijdelijk onderwijs aan huis. De school stuurt een aanvraag voor dit tijdelijk onderwijs aan huis naar het Agentschap voor Onderwijsdiensten, samen met een medisch attest van een geneesheer-specialist (die bevestigt dat het kind een chronische ziekte heeft). Na de 18de week heeft het kind opnieuw een schoolweek afwezigheid opgebouwd en heeft het opnieuw recht op vier uur tijdelijk onderwijs aan huis. De school stuurt een nieuwe aanvraag (geen nieuw medisch attest) op. Een kind met een chronische ziekte is in een bepaalde week 3 dagen afwezig. Daarna gaat het terug naar school maar 3 weken later is het kind 2 dagen ziek. Dit kind is, omgerekend, een volledige schoolweek afwezig geweest en heeft dus recht op vier uur tijdelijk onderwijs aan huis.

Schriftelijke aanvraag door de ouders + medisch attest

De ouders hebben een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, ingediend bij de directeur van de thuisschool (zie 1.1.4.1). Uit het medisch attest blijkt dat het kind de school niet of minder dan halftijds kan bezoeken maar dat het toch onderwijs mag volgen;

afstand tussen school en verblijfplaats van het kind

  • De afstand tussen de school / vestigingsplaats 1 en de verblijfplaats 2 van betrokken leerling van het gewoon lager onderwijs mag ten hoogste 10 km en van het buitengewoon onderwijs ten hoogste 20 km zijn.
  • De leerling is 5 jaar geworden vóór 1 januari van het lopende jaar;

 De school zal de ouders van frequent en langdurig zieke kinderen individueel informeren over het bestaan en de mogelijkheid tot het organiseren van tijdelijk onderwijs aan huis en/of synchroon internetonderwijs.

Uw kind kan van synchroon internetonderwijs genieten bij een langdurig geplande afwezigheid van 6 weken, of bij frequente geplande afwezigheden van minimaal 54 halve dagen. Synchroon internetonderwijs dient door de ouder(s) te worden aangevraagd via de webstek van vzw Bednet

http://www.bednet.be/aanvraag-aanmaken.

Er wordt nagegaan of uw kind het Synchroon internetonderwijs voldoende lang en voldoende intensief zal kunnen gebruiken. De uiteindelijke afwezigheid kan korter of minder zijn.

Wat indien aan bovenstaande voorwaarden niet voldaan is?

Een school kan te allen tijde op eigen initiatief onderwijs aan huis organiseren voor zieke kinderen, zelfs al zijn bovenvermelde voorwaarden niet vervuld. In dit geval worden geen bijkomende lestijden gefinancierd of gesubsidieerd.

Indien de school evenwel vrijwillig onderwijs aan huis organiseert voor leerlingen die op meer dan 10 km (gewoon onderwijs) of 20 km (buitengewoon onderwijs) verblijven en alle andere voorwaarden zijn voldaan, dan krijgt de school de bijkomende lestijden gefinancierd of gesubsidieerd en worden de vervoerskosten volledig terugbetaald.

De organisatie van het tijdelijk onderwijs aan huis

De periode

Het tijdelijk onderwijs aan huis moet georganiseerd worden vanaf de 22ste kalenderdag afwezigheid en voor de verdere duur van de afwezigheid van het kind.

 De verlenging van de periode “tijdelijk onderwijs aan huis” moet op dezelfde wijze aangevraagd worden als vermeld in punt 1.1.4.1.

Bij verlenging van afwezigheid van het kind wegens ziekte of ongeval, zonder dat het een tussenperiode terug op school aanwezig was, moeten de ouders dus opnieuw zorgen voor een schriftelijke aanvraag en een medisch attest. Er moet in deze situatie uiteraard niet opnieuw een periode van 21 kalenderdagen verstrijken.

Kinderen die na een periode van onderwijs aan huis de lessen op school hervatten, maar binnen een termijn van drie maand opnieuw afwezig zijn wegens ziekte, hebben onmiddellijk recht op onderwijs aan huis (geen wachttijd van 21 kalenderdagen). Voor de berekening van deze termijn van drie maanden worden schoolvakanties niet meegerekend.

Voorbeeld:

Een kind krijgt tijdelijk onderwijs aan huis tot 15 juni. Daarna gaat het terug naar school. Het daaropvolgende schooljaar wordt het kind ziek op 30 september. Aangezien de vakantiemaanden juli en augustus niet meetellen, beschouwen we dit als een kind dat hervallen is binnen de drie maanden en heeft het onmiddellijk weer recht op tijdelijk onderwijs aan huis.

Ook in dit geval moet het onderwijs aan huis opnieuw aangevraagd worden volgens de procedure beschreven in punt 1.1.4.1.

Buitengewoon onderwijs van type 5 en K-Diensten

Een kind kan in een ziekenhuis waar buitengewoon onderwijs Type 5 wordt georganiseerd of in een K-dienst (kinderpsychiatrie) opgenomen zijn. Dergelijke opname ontslaat de thuisschool tijdelijk van de verplichting om onderwijs aan huis te organiseren.

De thuisschool staat de Type 5-school of de K-dienst wel bij met de organisatie van een zinvol onderwijsaanbod.

Het kind blijft immers ingeschreven in de thuisschool. De thuisschool wordt geacht de ziekenhuisschool tenminste informatie te geven over bijv. de gebruikte handboeken, mogelijke aandachtspunten voor de leerlingen, het programma enz.

Indien het kind tussen twee behandelingen of tijdens een herstelperiode na de opname niet naar school kan, zal de thuisschool aansluitend onderwijs aan huis organiseren, indien aan alle voorwaarden voldaan is.( zie punt 1.1.2.en 1.1.3.)

Dit gebeurt in overleg met de Type 5-school of de K-dienst.

Te vervullen formaliteiten

a. De aanvraag

De aanvraag voor tijdelijk onderwijs aan huis gebeurt door de ouders, bij brief of op het daartoe voorziene aanvraagformulier, waarvan het voorbeeld gevoegd is in bijlage 1 (pdf) en bijlage 2 (xls).

Bij de aanvraag voegen de ouders het medisch attest (afzonderlijk attest of op het daartoe voorziene formulier) waarop wordt vermeld:

  • dat het kind langer dan 21 kalenderdagen afwezig is wegens ziekte of ongeval of aan een chronische ziekte lijdt en, omgerekend, een schoolweek afwezigheid opgebouwd heeft;
  • de vermoedelijke duur van de afwezigheid;
  • dat het kind de school niet of minder dan halftijds kan bezoeken, maar toch onderwijs aan huis mag volgen.

De directeur vult het voor hem/haar voorbehouden vak van het aanvraagformulier in. Indien de aanvraag van de ouders per brief gebeurt, vermeldt de directeur de voornaam en de naam van de ouders en van de leerling in vak 1 en vult eveneens het vak 3 van het aanvraagformulier. Hij voegt het aanvraagformulier bij de brief en het medisch attest en verzendt dit dossier naar het schoolbeheerteam (SBT) waaronder zijn school ressorteert.

HET ORDE- EN TUCHTREGLEMENT

BaO/97/5 - Onderwijs aan huis (17/06/1997)

Kinderen die lange tijd ziek zijn, hebben onder bepaalde voorwaarden recht op wekelijks vier uren tijdelijk onderwijs aan huis. Chronisch zieke leerlingen hoeven de wachttijd van 21 kalenderdagen niet te doorlopen. Leerplichtige leerlingen voor wie het omwille van een handicap onmogelijk is lager onderwijs te volgen op school, hebben recht op permanent onderwijs aan huis.

 Het orde- en tuchtreglement van de leerlingen met inbegrip van de beroepsmogelijkheden (artikel 37, §3, 1° van het decreet basisonderwijs).

Ordemaatregelen

Een goede samenwerking tussen kind, ouder en personeel van de school is een noodzakelijke voorwaarde voor een vlot functioneren. Als deze samenwerking niet volgens de afspraken verloopt, kan de school passende maatregelen nemen. Voor kleuters die niet leerplichtig zijn, passen deze maatregelen volledig in de speciale begeleiding zoals hiervoor uiteengezet. Bijgevolg wordt normaliter niet in een orde- en tuchtregeling voor kleuters voorzien. Bij leerplichtigen in het lager onderwijs kunnen er uitzonderlijk orde- en tuchtmaatregelen genomen worden.

 Mogelijke ordemaatregelen zijn:

Ordemaatregelen die zowel door de directeur als door alle onderwijzende en opvoedende personeelsleden kunnen genomen worden:

  • een waarschuwing: mondeling met eventuele vermelding in de map.
  • een vermaning: nota in de map. Elke aanmerking wordt ondertekend door de ouders.
  • een straftaak: Extra taak, kan zowel een praktische alternatieve taak zijn (ook als herstel van de geleden schade) als een schriftelijke taak. Deze taak wordt aan de ouders gemeld via de map
  • een tijdelijke verwijdering uit de les/studie: tot het einde van de les/studie. De leerling moet dan zijn werk thuis afmaken tegen de volgende dag. De ouders worden hierover geïnformeerd.

 Ordemaatregelen die enkel door de directeur kunnen genomen worden:

  • een begeleidingsovereenkomst:
  • leerlingen die herhaaldelijk in de fout gaan, krijgen een contract waarin omschreven wordt wat uitdrukkelijk van de leerling wordt verwacht en wat de gevolgen zijn van het niet naleven van de bepalingen. Het contract heeft een beperkte duur, wordt geregeld geëvalueerd en leidt uiteindelijk al dan niet tot het opstarten van de tuchtprocedure;
  • schriftelijk meegedeeld aan de ouders.

Binnen de drie lesdagen na kennisname van de ordemaatregel heeft de betrokkene recht op overleg met de directeur. Tegen een ordemaatregel kan geen beroep aangetekend worden.

Bewarende maatregel

Preventieve schorsing

Om de leefregels te handhaven kan de directeur of zijn afgevaardigde een leerplichtige leerling lager onderwijs preventief schorsen; d.w.z. voorlopig uit de school sluiten. Deze bewarende maatregel geldt maximaal 5 opeenvolgende schooldagen. De directeur of zijn afgevaardigde kan beslissen om de

desbetreffende periode éénmalig met 5 opeenvolgende schooldagen te verlengen indien door externe factoren het tuchtonderzoek niet kan worden afgerond binnen deze periode. De schorsing kan onmiddellijk uitwerking hebben en wordt aan de ouders ter kennis gebracht. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

Tuchtmaatregelen

De directeur of zijn afgevaardigde kan een tuchtmaatregel nemen als het gedrag werkelijk een gevaar vormt voor het ordentelijk verstrekken van het onderwijs en/of de verwezenlijking van het eigen opvoedingsproject van onze school in het gedrang brengt. De directeur of zijn afgevaardigde zal slechts tuchtmaatregelen nemen als de ordemaatregelen geen effect hebben of bij zeer ernstige overtredingen. Hieronder vallen overtredingen zoals onder meer opzettelijk slagen en verwondingen toebrengen, opzettelijk essentiële veiligheidsregels overtreden, opzettelijk en blijvend de lessen en activiteiten storen, zware schade toebrengen, drugs dealen of diefstal plegen.

 Soorten

De tuchtmaatregelen zijn:

  • alternatieve straffen uit te voeren tijdens de schooluren

Naargelang de situatie kan een alternatieve straf worden opgelegd. Deze zal steeds in evenredigheid met het gebeuren staan.

  • Een tijdelijke uitsluiting uit alle lessen voor een minimale duur van één schooldag en voor een maximale duur van 15 opeenvolgende schooldagen. De directeur of zijn afgevaardigde spreekt deze maatregel uit na voorafgaand advies van de klassenraad. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.
  • Een definitieve uitsluiting uit de school. De directeur of zijn afgevaardigde spreekt deze maatregel uit na voorafgaand advies van de klassenraad waarin ook het CLB is vertegenwoordigd. Een definitieve uitsluiting gaat onmiddellijk in na de schriftelijke kennisgeving aan de ouders van de leerling tijdens het schooljaar en uiterlijk op 31 augustus. Als de leerling vóór 30 juni definitief wordt uitgesloten, blijf deze normaliter in de school ingeschreven tot aan de inschrijving in een andere school. Echter, uiterlijk één maand (vakantieperioden tussen 1 september en 30 juni niet inbegrepen) na de schriftelijke kennisgeving van de definitieve uitsluiting, wordt de leerling definitief uitgeschreven; zelfs indien er dan nog geen andere school voor de leerling is gevonden. De uitsluiting op zich doet geen afbreuk aan het statuut van regelmatige leerling. Samen met het begeleidende CLB zal de school de leerling actief helpen zoeken naar een andere school. (De school bepaalt of de aanwezigheid van de leerling verplicht is of niet. Indien de ouders vragen om opvang en de school acht dit niet haalbaar, dan motiveert zij dit en deelt dit schriftelijk mee aan de ouders.)

 Bij manifeste onwil om op het aanbod van verandering van school in te gaan, kan de school de leerling uitschrijven. Hou er ook rekening mee dat een leerling die uit de (school/campus) uitgesloten werd, het lopende, volgende schooljaar én het daaropvolgende schooljaar geweigerd kan worden in de (school/campus). Dit geldt ook voor de school of scholen waar onze school mee samenwerkt, voor zover de controversiële handelingen zich in die andere school hebben voorgedaan.

 Algemene principes bij tijdelijke en definitieve uitsluiting:

De tijdelijke en definitieve uitsluiting kunnen alleen uitgevoerd worden na een procedure die de rechten van verdediging waarborgt, mits respect van volgende principes:

1° het voorafgaand advies van de klassenraad moet worden ingewonnen. In geval van een definitieve uitsluiting moet de klassenraad uitgebreid worden met een vertegenwoordiger van het CLB, die een adviserende stem heeft.

2° De intentie tot het nemen van een tuchtmaatregel wordt door de school schriftelijk aan de ouders gemeld

3° De ouders en de leerling hebben vervolgens inzage in het tuchtdossier van de leerling, met inbegrip van het advies van de klassenraad, en worden gehoord. Ze kunnen eventueel worden bijgestaan door een vertrouwenspersoon.

4° De tuchtstraf moet pedagogisch verantwoord kunnen worden en in overeenstemming zijn met de ernst van de feiten.

5° De beslissing tot tijdelijke of definitieve uitsluiting wordt genomen door de directeur of zijn afgevaardigde. Deze beslissing wordt schriftelijk en behoorlijk gemotiveerd aan de ouders ter kennis gebracht vóór het ingaan van de tuchtmaatregel met vermelding van de datum waarop de maatregel ingaat.

6° De school vermeldt in de kennisgeving van de definitieve beslissing de mogelijkheid tot het instellen van het beroep en neemt de desbetreffende bepalingen uit het schoolreglement op in die kennisgeving

7° Het tuchtdossier en de tuchtmaatregelen zijn niet overdraagbaar van de ene school naar de andere school.

8° Er wordt nooit overgegaan tot collectieve uitsluitingen.

Beroepsprocedure bij definitieve uitsluiting

Alleen tegen de definitieve uitsluiting kan men in beroep gaan. Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie.

  •  Opstarten van het beroep

De ouders moeten het beroep schriftelijk (gedateerd en ondertekend; met omschrijving van het voorwerp van beroep en motivering van de ingeroepen bezwaren) indienen bij de algemeen directeur uiterlijk binnen drie dagen (zaterdag, zondag, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend) na de schriftelijke kennisgeving van de definitieve uitsluiting. De ouders doen dit het best via een aangetekende zending: op die manier kunnen zij bewijzen dat zij het beroep tijdig hebben ingediend.

  • Het beroep schort de uitvoering van de beslissing tot definitieve uitsluiting niet op.

 Beroepscommissie

De algemeen directeur duidt de beroepscommissie aan en roept deze zo vlug mogelijk samen. De beroepscommissie bestaat uit:

Interne leden:

Dit zijn de leden intern aan de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen, met uitzonderling van de directeur of zijn afgevaardigde die de beslissing heeft genomen. Hieraan kan een lid van de raad van bestuur of de algemeen directeur worden toegevoegd.

Externe leden:

Dit zijn personen die extern zijn aan het schoolbestuur en aan de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen. Dit kan een directeur of een leerkracht van een andere school van de scholengroep zijn, een lid van de ouderraad, een lid van de schoolraad met uitzondering van de geleding personeel van de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen…

 Een lid dat vanuit zijn hoedanigheden intern is, kan nooit behoren tot de geleding van de externen.

De voorzitter van de beroepscommissie wordt door de algemeen directeur aangeduid onder de externe leden.

Elk lid van de beroepscommissie is stemgerechtigd. Elk lid van de beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen. Bij de stemming is het aantal stemgerechtigde interne leden gelijk aan het aantal stemgerechtigde externe leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de beroepscommissie doorslaggevend.

De beroepscommissie hoort de ouders

De behandeling van het beroep door de beroepscommissie leidt tot:

  • hetzij een gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid wegens laattijdige indiening of het niet voldoen aan de vormvereisten
  • een bevestiging van de definitieve uitsluiting
  • de vernietiging van de definitieve uitsluiting

De algemeen directeur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor de beslissing van de beroepscommissie

Binnen het GO! is er geen verder beroep meer mogelijk tegen de in beroep genomen beslissing.

Het resultaat van het beroep wordt aan de ouders schriftelijk en gemotiveerd ter kennis gebracht uiterlijk [21 … à 45] kalenderdagen – vakantieperioden niet meegerekend – nadat het beroep werd ingediend. De directeur ontvangt hiervan een afschrift.

Bij overschrijding van deze vervaltermijn wordt de omstreden definitieve uitsluiting van rechtswege vernietigd.

De directeur kan een tuchtmaatregel nemen als het gedrag werkelijk een gevaar vormt voor het ordentelijk verstrekken van het onderwijs en/of de verwezenlijking van het eigen opvoedingsproject van onze school in het gedrang brengt. De directeur zal dus slechts tuchtmaatregelen nemen als de maatregelen van orde geen effect hebben of bij zeer ernstige overtredingen. Hieronder vallen overtredingen zoals opzettelijk slagen en verwondingen toebrengen, opzettelijk essentiële veiligheidsregels overtreden, opzettelijk en blijvend de lessen en activiteiten storen, zware schade toebrengen of diefstal plegen.

 Annulatieberoep

Na uitputting van de hierboven beschreven beroepsprocedure kunnen ouders evenwel een annulatie-beroep of een verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij de Raad van State indienen. Dit moet gebeuren binnen een termijn van zestig kalenderdagen nadat zij kennis namen van de beslissing van de beroepscommissie.

Tijdens deze procedure blijft uw kind definitief uitgesloten.

 Richtlijnen in verband met misbruik van GSM en andere technologische apparatuur

In de klas en op het schooldomein mogen de leerlingen geen gebruik maken van gsm en andere technologische apparatuur. Het verhindert immers het ordentelijk lesgeven. Gebruikt een leerling toch een gsm in de klas, dan moet hij die aan de leerkracht geven, die het apparaat tot op het einde van de schooltijd (van de voormiddag/ namiddag) in bewaring houdt.

Weigert de leerling de gsm af te geven, dan kan er een ordemaatregel worden genomen (bv. de leerling wordt tijdelijk uit de klas verwijderd) of kan er zelfs een tuchtprocedure worden opgestart.

 In de klas of op het schooldomein mogen de leerlingen niet filmen, tenzij de gefilmde personen (leerkracht/ medeleerling) hun uitdrukkelijke toestemming hiervoor hebben gegeven. Is er geen toestemming gevraagd, dan moet de leerkracht of medeleerling gebruik maken van zijn recht tot verzet tegen de verwerking van persoonlijke gegevens. Het gaat hier immers om een geautomatiseerde verwerking van gegevens waarvoor er aangifte moet worden gedaan bij de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer. Weigert de leerling de beelden van het internet te verwijderen, dan kan de leerkracht of medeleerling een gerechtelijke procedure instellen bij de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg ofwel klacht neerleggen bij de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer.

Algemene klachtenprocedure

Welke klachten kunt u indienen?

Uw klachten kunnen gaan over de werking van de school of over een concrete handeling of beslissing van de school, bijvoorbeeld een beslissing van de klassenraad tot zittenblijven. Het kan ook gebeuren dat u niet akkoord gaat met een initiatief van de Raad van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap of van de centraal administratieve diensten.

Waar kunt u met uw klacht terecht?

In verband met de school

U moet eerst proberen om de klacht rechtstreeks met de directeur op te lossen. Klachten over de werking van de school of over een concrete handeling of beslissing van een personeelslid van de school kunnen gemeld worden aan de directeur van de school en met hem of haar worden besproken.

 Komt u na overleg met de directeur niet tot een akkoord of handelt de klacht over het optreden van de directeur zelf, dan kunt u klacht indienen bij de algemeen directeur van de scholengroep, die dan de behandeling van de klacht op zich neemt. Blijft u niet tevreden dan kunt u terecht bij de Raad van Bestuur van de scholengroep.

 Als u uiteindelijk niet tevreden bent over de wijze waarop u behandeld werd of over het resultaat van de klachtenbehandeling, kunt u een klacht indienen bij de Vlaamse Ombudsdienst, Leuvenseweg 86, 1000 Brussel (gratis tel. nr. 0800-240 50).

E-mail: klachten@vlaamseombudsdienst.be

Wie klachten heeft in verband met discriminatie en racisme kan terecht bij het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding, Koningsstraat 138, 1000 Brussel (gratis tel. nr. 0800/12 800). Meer informatie vindt u terug op http://www.diversiteit.be

Klachten die betrekking hebben op de principes van zorgvuldig bestuur kunnen worden ingediend bij de Commissie Zorgvuldig Bestuur.

Zorgvuldig bestuur betekent dat scholen zich in de dagelijkse werking aan een aantal principes moeten houden:

  • Kosteloosheid
  • Eerlijke concurrentie
  • Verbod op politieke activiteiten
  • Beperkingen op handelsactiviteiten
  • Beginselen betreffende reclame en sponsoring

 Voor meer informatie kunt u terecht bij het Vlaams Ministerie Onderwijs en Vorming, AGODI (Afdeling Advies en Ondersteuning Onderwijspersoneel), Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel (tel: 02 / 553 65 56). Via e-mail: zorgvuldigbestuur. onderwijs@vlaanderen.be.

 Bij een weigering tot inschrijving van uw kind kunt u klacht indienen bij de Commissie betreffende leerlingenrechten. Voor meer informatie kunt u terecht op het volgende adres: Vlaams Ministerie Onderwijs en Vorming, Commissie inzake Leerlingenrechten, Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel (tel: 02 553 92 06).

 In verband met de Raad en de centrale administratieve diensten

Gaat u niet akkoord met een initiatief van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs of van de admini-stratieve diensten, dan kunt u klacht indienen bij de afgevaardigd bestuurder, Emile Jacqmainlaan 20, 1000 Brussel.

Hoe dient u een klacht in?

Klachten kunnen gemeld worden via telefoon, brief, e-mail of fax.

 Opdat uw klacht kan behandeld worden, mogen de volgende gegevens niet ontbreken:

  • uw naam, adres en telefoonnummer;
  • wat er gebeurd is en wanneer het gebeurd is;
  • in welke school het gebeurd is als u een klacht indient bij de algemeen directeur van de scholengroep.

Welke klachten worden niet behandeld?

  • een algemene klacht over regelgeving;
  • een klacht die betrekking heeft op feiten waarover eerder een klacht is ingediend
    en die al werd behandeld;
  • een algemene klacht over het (al dan niet) gevoerde beleid;
  • een klacht die betrekking heeft op feiten die langer dan één jaar voor de indiening
    van de klacht hebben plaatsgevonden;
  • een kennelijk ongegronde klacht;
  • een klacht waarvoor u geen belang kan aantonen;
  • een klacht over feiten of handelingen waarvoor in een georganiseerde administratieve beroepsmogelijkheid voorzien is en waarvoor deze beroepsmogelijkheid nog niet werd benut,
    bijvoorbeeld bij orde- en tuchtmaatregelen ten aanzien van uw kind of de uitreiking van een
    getuigschrift basisonderwijs. Klachten over de behandeling zelf van georganiseerde administratieve
    beroepsmogelijkheden zijn wel mogelijk, bijvoorbeeld te lange behandeltermijnen, geen antwoord op
    briefwisseling, onvoldoende informatieverstrekking;
    een klacht over een feit dat het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijke procedure; een anonieme klacht;

Hoe verloopt de behandeling van uw klacht?

Binnen een termijn van 10 kalenderdagen bevestigt de directeur of algemeen directeur u de ontvangst van uw klacht. Indien uw klacht niet wordt behandeld, wordt u daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht.

Als uw klacht wel wordt behandeld dan volgt er een onderzoek naar de gegrondheid van de klacht. U wordt op de hoogte gebracht van het resultaat van dit onderzoek.

Uw klacht wordt afgehandeld binnen een termijn van 45 kalenderdagen vanaf het ogenblik waarop de klacht de school of scholengroep bereikt. Als u een klacht indient tegen een bepaalde beslissing, betekent dit niet dat deze beslissing wordt uitgesteld.

 Inzagerecht, recht op toelichting en kopierecht

Op het oudercontact zal u natuurlijk de nodige toelichting bekomen aangaande de evaluatie)gegevens die betrekking hebben op uw kind. U kan evenwel ook een afspraak maken om toelichting te bekomen, over (verbetering van ) huistaken, of over andere leerling specifieke gegevens van uw kind. U heeft het recht voornoemde stukken in te kijken. Indien evenwel gegevens van een derde kind betrokken zijn, heeft u toegang tot deze gegevens via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.

Mocht u na de toelichting nog kopie wensen van de leerling gegevens, die enkel op uw kind betrekking hebben, dan zal u deze kopie worden verstrekt. U verkrijgt deze kopies ten persoonlijke titel. De kopies dienen dus vertrouwelijk behandeld te worden en mogen niet worden verspreid. Ouders engageren zich derhalve om deze kopies niet openbaar te maken, en enkel te gebruiken in de private sfeer in functie van de onderwijsloopbaan van de leerling.

BIJDRAGEN

De bijdragen die aan de ouders kunnen gevraagd worden en de afwijkingen die daarop kunnen gegeven worden (artikel 37, §3, 7° en artikel 27 van het decreet basisonderwijs).

 Artikel 27 van het decreet basisonderwijs bepaalt dat gefinancierde of gesubsidieerde kleuter-, lagere of basisscholen geen direct of indirect inschrijvingsgeld kunnen vragen. Zij kunnen evenmin bijdragen vragen voor onderwijsgebonden kosten die noodzakelijk zijn om een eindterm te bereiken of om een ontwikkelingsdoel na te streven. Dit, door onderwijsdecreet XIII gewijzigde artikel, geeft een meer expliciete invulling aan de principes die vastgelegd zijn in internationale verdragen en de Belgische Grondwet en die vastgelegd waren in het decreet basisonderwijs. Activiteiten of schoolbenodigdheden die noodzakelijk zijn voor het bereiken van een eindterm of het nastreven van een ontwikkelingsdoel moeten gratis zijn voor de leerlingen. Voor datgene wat essentieel is voor het volgen van onderwijs, mag er dus geen bijdrage gevraagd worden aan de ouders.

 Een aantal voorbeelden ter verduidelijking:

  • Schoolboeken, schriften, werkboekjes, agenda, … moeten kosteloos zijn.
  • Tijdschriften waar in de klas mee gewerkt wordt, moeten beschouwd worden als noodzakelijk materiaal voor het volgen van onderwijs en moeten dus gratis zijn voor de leerlingen.
  • Elke leerling lager onderwijs heeft recht op één schooljaar gratis zwemmen.
  • Maaltijden of verplaatsingen in het kader van een schooluitstap zijn niet onderwijsgebonden kosten en vallen dus niet onder de kosteloosheid.
  • Facultatieve (en aldus niet-verplichte) activiteiten zoals bosklassen, sneeuwklassen, sportklassen, boerderijklassen,… vallen buiten de kosteloosheid.

De scholen moeten nagaan of de kosten die zij nu doorrekenen aan de ouders al dan niet onderwijs-gebonden kosten zijn, noodzakelijk om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven. Over de materialen, activiteiten en diensten waarvan dit niet het geval is en waarvoor er bijgevolg een bijdrage mag gevraagd worden aan de ouders, moet er overlegd worden binnen de schoolraad (Gemeenschapsonderwijs) of participatieraad (gesubsidieerd onderwijs).

Vanaf het schooljaar 2002-2003 moet de bijdrageregeling via het schoolreglement aan de ouders kenbaar gemaakt worden. De bijdragelijst vormt een onderdeel van of bijlage bij het schoolreglement en bevat een opgave van de verschillende categorieën kosten waarvoor een tussenkomst van de ouders kan gevraagd worden. Voor zover mogelijk wordt er een raming gemaakt van het maximale bedrag per categorie. Het is de bedoeling dat op basis van de gegevens in het schoolreglement, de ouders een inschatting kunnen maken van de grootte van de jaarlijkse bedragen die kunnen gevraagd worden zodat ze in de loop van het schooljaar niet voor verrassingen komen te staan. De bijdragelijst ordt aangepast telkens zich fundamentele wijzigingen voordoen. Binnen het overleg in de participatieraad of schoolraad wordt er ook een gedifferentieerde regeling uitgewerkt voor minder gegoede ouders. Deze afwijking op de bijdrageregeling wordt eveneens in het schoolreglement opgenomen.

RECLAME

Afspraken over “de geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning die niet afkomstig zijn van de Vlaamse Gemeenschap en de rechtspersonen die daarvan afhangen (artikel 37, §2, 1° en artikel 51, §4 van het decreet basisonderwijs).

Tot voor kort was nergens in de regelgeving uitdrukkelijk bepaald of sponsoring en reclame door derden binnen de schoolmuren verboden dan wel toegelaten was. Ondanks deze onduidelijkheid in de regelgeving lieten heel wat scholen reclame en sponsoring toe maar leefden daarbij in de onzekerheid over het al dan niet geoorloofd zijn. Reclame zijn mededelingen met als doel de verkoop te bevorderen. Sponsoring houdt een bijdrage in met als doel de bekendheid te verhogen.

Via het decreet van 13 juli 2001 betreffende het Onderwijs-XIII is er aan artikel 51 van het decreet basisonderwijs een paragraaf 4 toegevoegd waarin bepaald wordt wat er wel en niet kan. In dit decreet is ervoor geopteerd om in plaats van de term ‘sponsoring en reclame’ een ander begrip te gebruiken nl. ‘de geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning die niet afkomstig zijn van de Vlaamse Gemeenschap en de rechtspersonen die daarvan afhangen’. Dit om een op verkoop gericht taalgebruik ten overstaan van leerlingen van het basisonderwijs te vermijden.

Onze school kan en mag reclame voeren en sponsoring aanvaarden voor zover dit niet in tegenspraak is met ons pedagogisch project en met de cultuur van onze school. Ethisch verantwoorde reclame kan dus in bepaalde gevallen wel. Leermiddelen en onderwijsactiviteiten die ertoe strekken de eindtermen te bereiken blijven vrij van reclame.

 Wat kan:

  • in een brief aan de ouders mag meegedeeld worden dat een schoolreis of uitstap gratis of aan sterk verminderde prijs aan de leerlingen aangeboden wordt door een gift van een bepaald bedrijf;
  • de vermelding van een naam of logo van een merk of van een bedrijf op een didactisch middel (vb. computer) is geen uitdrukkelijke reclameboodschap

 Wat kan niet:

  • in schoolboeken, werkboekjes, agenda mag geen reclame voorkomen;
  • de klaslokalen moeten vrij blijven van reclameboodschappen;
  • het feit dat een school gesponsord wordt door bijvoorbeeld een bedrijf dat computers verkoopt, mag niet tot gevolg hebben dat de school verplicht wordt om eventuele aankopen van computers bij dat bedrijf te doen.

Gebruik van gsm en andere nieuwe media op school

Ons pedagogisch project is een maatschappelijk project waarin wij mee willen mee bouwen aan de samenleving van de toekomst. Aangezien de samenleving mee vorm wordt gegeven door informatie- en communicatietechnologie hebben deze technologieën ook hun rechtmatige plaats in de school.

 In de klas

Het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (zoals gsm) is anderzijds ook een mogelijke bron van afleiding in een klasomgeving en van misbruik (bijv. pesterijen, schendingen van de privacy,… ). Omdat ordentelijk lesgeven onze hoofdbekommernis is, mag je in de klas slechts na uitdrukkelijke toestemming van de leerkracht een gsm of informatie- en communicatietechnologie gebruiken. Dit kan bijvoorbeeld omdat de leerkracht de les levendiger wil maken, of in het kader van redelijke aanpassingen aan de onderwijsbehoeften, mits de daartoe gebruikelijke procedure in het zorgbeleid van de school werd doorlopen.

Net zoals dat het geval is voor beeldopnames gemaakt door de school, geldt ook voor de leerlingen de regel dat men beeldopnames waarop anderen (bv. een leerkracht, een medeleerling, …) herkenbaar zijn alleen mag maken, bewaren of gebruiken wanneer zij daarvoor hun uitdrukkelijke toestemming gaven. Die regel geldt zowel in de klas, op het schooldomein als tijdens buitenschoolse activiteiten.

 Sancties

Als de leerkracht misbruik in de klas en/of op het schooldomein vaststelt, kan hij/zij een ordemaatregel nemen, bv. je opdragen om je gsm te overhandigen tot op het einde van de dag.

Privacywetgeving en gebruik van beeldmateriaal Fotograferen/ filmen

De school kan tijdens verschillende evenementen in de loop van het schooljaar foto’s en beeldopnames (laten) maken. We kunnen dat beeldmateriaal gebruiken voor onze communicatiekanalen (schoolwebsite, sociale media, …) of om onze publicaties te illustreren. Gerichte foto’s of beeldopnames zullen enkel worden genomen als de school daarvoor over de uitdrukkelijke toestemming van de ouders beschikt (zie toestemmingsformulier als bijlage). Gerichte foto’s en beeldmateriaal zijn deze waarin - een individu herkenbaar en centraal wordt in beeld gebracht - één of enkele personen tijdens een groepsactiviteit worden uitgelicht - geposeerd wordt. Ook voor de leerlingen geldt zowel in de klas, op het schooldomein als tijdens buitenschoolse activiteiten de regel dat men anderen (bv. een leerkracht, een medeleerling, …) enkel mag fotograferen of filmen wanneer zij daarvoor hun uitdrukkelijke toestemming gaven.

 Gebruik van het beeldmateriaal / publicatie

Uit een toestemming om gefilmd of gefotografeerd te worden volgt geenszins de toestemming dat dat beeldmateriaal ook mag gepubliceerd worden. De school zal beeldmateriaal alleen publiceren als zij daarvoor over de uitdrukkelijke toestemming van de ouders beschikt. (zie toestemmingsformulier als bijlage).    Indien je ouders hun keuze in de loop van het schooljaar willen wijzigen, nemen zij contact op met de directeur van de school, die hen een formulier ter ondertekening overhandigt.   Ook voor de leerlingen geldt zowel in de klas, op het schooldomein als tijdens buitenschoolse activiteiten de regel dat foto’s van anderen alleen mogen gepubliceerd worden als deze daartoe hun uitdrukkelijke toestemming gaven. Als deze toestemming wordt ingetrokken dient het gepubliceerde beeldmateriaal verwijderd te worden /offline worden gehaald.

Het CLB

Het Centrum voor Leerlingenbegeleiding van het GO! CLB 18 Noord-Limburg werkt samen met jouw school. Het adres van ons CLB:

CLB Limburgnoord/Adite Nijverheidslaan 10

3290 Diest

Tel. 011 45 62 70

clb.limburg.noord-adite@g-o.be

http://www.go-clb.be/

Het CLB-team staat steeds open voor uw vragen, wensen om een toelichting en/of bemerkingen. Openingsuren:

Elke werkdag open van 8u30 tot 12u en van 13u tot 16u. Gesloten op dinsdagnamiddag.

Het CLB kan na 17 uur worden geconsulteerd op afspraak.

 Het CLB is gesloten van 15 juli tot en met 15 augustus, op zaterdagen en zondagen en op de wettelijke en decretale feestdagen. De CLB’s zijn gesloten tijdens de kerstvakantie en de paasvakantie, uitgezonderd de eerste maandag en de tweede vrijdag van de kerstvakantie. Indien deze openingsdagen respectievelijk gelijk vallen met 25 of 26 december of met 1 of 2 januari, dan worden ze verplaatst naar de datum binnen de kerstvakantie die hierbij het dichtste aansluit.

Het CLB en zijn werkingsprincipes

Wat doet een centrum voor leerlingenbegeleiding?

Samen met de school willen we ervoor zorgen dat jij je goed voelt op school en daarbuiten. Zo willen we je slaagkansen verhogen. Niet alleen op school, maar ook in het latere leven. We bekijken samen met jou hoe het CLB precies werkt. We geven ook meer uitleg over het Decreet rechtspositie minderjarige in de jeugdhulp, de deontologische code van de CLB’s en het beroepsgeheim. Als we in de tekst over ouders spreken, dan bedoelen we de ouder(s), eventueel de opvoedingsverantwoordelijke(n) of de meerderjarige leerling zelf.

 Werkingsprincipes

In onze samenwerking met jouw school, je ouders én met jou moeten we met een aantal principes rekening houden.

Principes noemt men ook wel grondbeginselen of belangrijke regels.

  • We werken onafhankelijk. Jouw belang staat centraal.
  • We werken kort bij leerlingen en scholen.
  • We werken gratis voor leerlingen, ouders en scholen.
  • We kiezen voor de minst zware hulp. We willen vooral ondersteunen.
  • Alle personeelsleden van het CLB moeten het beroepsgeheim respecteren.
  • Het CLB moet vaste gedragsregels nakomen (deontologische code).
  • We respecteren de waarden die jouw school je wil meegeven.

 Decreet rechtspositie minderjarige in de jeugdhulp

In de jeugdhulp hebben minderjarigen rechten, zoals recht op inspraak, recht op informatie, e.d. Al deze rechten staan vermeld in het Decreet betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp van 7 mei 2004.

 Meer informatie vind je in de volgende brochures:

  • “Je rechten tijdens onze begeleiding”
  • “Decreet Rechtspositie van de Minderjarige in de Integrale Jeugdhulp: Een gids voor ouders.”

 Deontologische code CLB

CLB-medewerkers moeten een deontologische code respecteren. Een deontologische code omvat regels en richtlijnen. Elk CLB-personeelslid gebruikt ze om professioneel te handelen. De volledige ‘Deontologische code voor de CLB-medewerker’ vind je hier.

 Beroepsgeheim

Zonder het beroepsgeheim is hulpverlening niet mogelijk. Je moet er zeker van kunnen zijn dat je aan het CLB-team dingen in vertrouwen kunt vertellen. De CLB-medewerkers moeten jouw informatie vertrouwelijk behandelen. Zij mogen die informatie niet zomaar met anderen delen. In een aantal situaties kunnen ze dat wel, bijvoorbeeld met je ouders of met de school. Ze doen dit altijd in overleg met jou. Als je echt in gevaar bent, kan het CLB-team besluiten om het beroepsgeheim te doorbreken. Maar ze zullen dit altijd vooraf met jou bespreken. Voor schoolpersoneel (leerkrachten, leerlingenbegeleiders, e.a.) geldt het ambtsgeheim. Zij moeten discreet met gegevens omgaan, maar moeten wel een aantal dingen melden aan de directeur, aan collega’s, aan de politie, enzovoort. Voor meer informatie over het beroepsgeheim kun je terecht bij de CLB-medewerker.

Leerlingenbegeleiding door het CLB

Het CLB werkt op verschillende manieren voor de leerlingen.

Wij kunnen leerlingen kortdurend begeleiden. In CLB-taal zijn er twee soorten begeleiding:

  • de vraaggestuurde begeleiding;
  • de verplichte begeleiding.

De school en het CLB maken afspraken over hoe ze samenwerken.

 Vraaggestuurde begeleiding

Wat is vraaggestuurde begeleiding?

Een deel van onze begeleiding is vraaggestuurd. Dat wil zeggen dat jij, je ouders of de school ons iets vragen. Soms wachten we die vraag ook niet af en stellen we zelf al begeleiding voor. We doen dat als we na een gesprek met de school merken dat je bijvoorbeeld leermoeilijkheden hebt of dat je niet goed in je vel zit.

Onze vraaggestuurde begeleiding draait rond vier grote thema’s. De vragen van leerlingen, ouders of school hebben er altijd mee te maken. We sommen ze hieronder op met extra uitleg.

Leren en studeren

Bij het CLB kun je bijvoorbeeld terecht met vragen over jouw studiemethode, voor een diagnose en gesprekken over je studiemotivatie. Ook kunnen we samen met jou nagaan wat je nodig hebt om zo goed mogelijk aan de lessen deel te nemen.

Onderwijsloopbaan

Het CLB geeft bijvoorbeeld uitleg over studierichtingen en helpt je bij het kiezen.

Preventieve gezondheidszorg

Preventieve gezondheidszorg ken je het best van de ‘medische onderzoeken’. Officieel zijn dat systematische contacten. Wat je misschien minder weet is dat je ook bij ons terechtkunt met vragen

over veilig vrijen, seksualiteit, gezonde voeding, enzovoorts.

Psychisch en sociaal functioneren

Heb je het momenteel moeilijk door problemen thuis? Voel je je niet goed in je vel? Heb je faalangst? Je kunt ermee bij ons terecht.

Natuurlijk kun je ook met andere vragen bij ons aankloppen.

Onze vraaggestuurde begeleiding is een ‘vrijwillige’ begeleiding. We moeten hier toestemming voor krijgen. We gebruiken hierbij de volgende regel:

Ben je zelf 12 jaar of ouder én bekwaam? Dan geef je zelf wel of geen toestemming.

Ben je jonger dan 12 jaar én niet bekwaam? Dan moeten je ouders toestemming geven. Meer uitleg over bekwaamheid kun je vragen aan de CLB-medewerker.

Onze begeleiding is handelingsgericht!

Wij werken ‘handelingsgericht’ en passen ook daarbij belangrijke regels toe.

Bijvoorbeeld: Elke begeleiding verloopt in ‘fasen’. Op die manier bieden we een goede structuur en vergeten we niets. En het helpt om goed samen te werken.

 We werken binnen een zorgcontinuüm. Dat betekent dat we van heel weinig tot heel veel zorg kunnen bieden. We kiezen ervoor de ‘minst ingrijpende hulp’ aan te bieden. We gaan na welke hulp jou het meest kan vooruithelpen.

Bijvoorbeeld: We houden er altijd rekening mee dat een probleem (én het vinden van een oplossing!) niet ‘bij jou alleen’ ligt. We bekijken ook wie uit jouw omgeving hulp kan bieden: school, gezin, vrienden, enzovoorts.

 We gaan ook na wat er goed loopt. Zo vinden we ook makkelijker oplossingen. Je zit niet goed in je vel. Soms is het nodig dat we je doorverwijzen naar een andere dienst, zoals een centrum voor geestelijke gezondheidszorg.

Soms kunnen gesprekken op school al voldoende zijn. Je hebt het moeilijk met lezen en spellen. Soms gaan we spreken met de school en krijg je andere leerstof of bijles. Soms zal hulp van iemand anders nodig zijn, bijvoorbeeld een logopedist buiten de school.

 Preventieve gezondheidszorg

Een goede geestelijke en lichamelijke gezondheid is belangrijk voor een vlotte schoolloopbaan. De preventieve gezondheidszorg wil de gezondheid, groei en ontwikkeling bewaken, helpen bereiken en beschermen. We willen tijdig nagaan of er hier problemen kunnen komen en ze ook tijdig voorkomen. Het CLB doet dit onder andere via de CLB-consulten (vroeger: medische onderzoeken). Verder helpt het CLB om de verspreiding van besmettelijke ziekten te voorkomen en biedt het vaccinaties aan.

CLB-consulten

Je bent verplicht om aan een aantal CLB-consulten deel te nemen. In het kleuteronderwijs organiseren we CLB-consulten voor de eerste kleuterklas (of voor leerlingen die drie jaar zijn). We zorgen ervoor dat ouders erbij kunnen zijn. Ze kunnen bij de verpleegkundige terecht met hun vragen of zorgen over de opvoeding, de ontwikkeling en de gezondheid van de kleuter.

In het lager onderwijs vinden CLB-consulten plaats voor leerlingen:

  • in het eerste leerjaar (of op zesjarige leeftijd);
  • in het vierde leerjaar (of op negenjarige leeftijd);
  • in het zesde leerjaar (of op elfjarige leeftijd).

 Voor de kinderen van het eerste leerjaar en het zesde leerjaar vragen we aan de ouders om erbij te zijn. Ze kunnen bij de verpleegkundige terecht met hun vragen of zorgen over de opvoeding, de ontwikkeling en de gezondheid van hun kind. Ook bij deze begeleiding werken we handelingsgericht.

 Het doel van het CLB-consult is niet een ‘gezondheidscheck’. Wel willen je groei en ontwikkeling opvolgen. We controleren die aspecten van je gezondheid die belangrijk zijn om te groeien, te ontwikkelen en te leren. Via deze CLB-consulten willen we problemen opsporen die de huisarts of de gewone dokter niet systematisch controleert en die je soms zelf nog niet hebt opgemerkt. Bijvoorbeeld: dat je minder hoort, minder of slechter ziet, een bezorgdheid over een aspect van je ontwikkeling. Als wij ze op tijd vaststellen, kunnen we samen erger voorkomen.

Even belangrijk voor ons is of jij je lekker voelt in je vel (we noemen dat psychosociale ontwikkeling). Verzet tegen CLB-consult door een bepaalde CLB-medewerker

Het kan gebeuren dat het niet klikt tussen jou en een CLB-medewerker. De ouders of de bekwame leerling kunnen zich verzetten tegen een medewerker van het centrum die het CLB-consult uitvoert. In dit geval wordt het CLB-consult uitgevoerd door:

  • ofwel een andere medewerker van ons CLB;
  • ofwel een medewerker van een ander CLB naar keuze;
  • ofwel een arts bevoegd voor de opdracht in kwestie

Je ouders of jijzelf laten dit weten aan het CLB en dat kan enkel met een aangetekende brief aan de directeur van het CLB. Je kunt ‘het verzet’ ook persoonlijk afgeven op het CLB. Daar krijg je dan een ontvangstbewijs. De brief moet gedateerd en ondertekend zijn!

Het CLB-consult moet plaatsvinden:

  • ofwel binnen de 90 kalenderdagen na het versturen van de aangetekende brief;
  • ofwel binnen de 90 kalenderdagen na het afgeven van de brief op het CLB.

Als het CLB-consult uitgevoerd wordt door een medewerker van een ander CLB of beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg bevoegd voor de opdracht in kwestie, dan moeten de gegevens binnen de vijftien dagen na het CLB-consult aan het CLB bezorgd worden.

Als het CLB-consult door een arts bevoegd voor de opdracht in kwestie wordt uitgevoerd die geen CLB- medewerker is, dan zijn de kosten van het CLB-consult voor jou en je ouders.

Welke aspecten van je gezondheid, groei en ontwikkeling arts bevoegd voor de opdracht in kwestie moeten worden onderzocht kan je via de CLB-medewerker vernemen. Het CLB zal u hierover een document bezorgen zo snel mogelijk nadat men het verzet doorgaf aan de CLB-directie. Het is belangrijk dat men dit document meeneemt naar de arts die het onderzoek alsnog zal uitvoeren bij een leerling.

Vaccinaties

Het CLB biedt de vaccins van het vaccinatieprogramma in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gratis aan. Informatie over het vaccinatieprogramma vind je hier. Bij elk CLB-consult wordt nagekeken of je alle aanbevolen vaccinaties gekregen hebt. Is dat niet het geval, dan word je verwittigd. Het CLB kan dan inhaalvaccinaties aanbieden. De vaccinaties van het CLB zijn gratis. Je bent niet verplicht om op dat aanbod in te gaan. Het CLB vaccineert enkel na schriftelijke toestemming van de ouder, voogd of mature leerling. Voor sommige studierichtingen kunnen bepaalde vaccinaties wel vereist zijn, maar die vallen onder een andere regelgeving: de regelgeving van de arbeidsgeneeskunde.

Individueel CLB-consult

We kunnen ook een niet-verplicht individueel contact uitvoeren. We kunnen dat doen in de volgende gevallen:

  • als nazorg na een CLB-consult;
  • op jouw eigen vraag, of op vraag van de school of van je ouders;
  • omdat we als CLB denken dat dit echt nodig is.

M-decreet en ondersteuningsmodel

Inleiding

Het doel van onderwijs is bij elke leerling maximale vooruitgang te realiseren. We streven ernaar dat elke leerling het gemeenschappelijk curriculum volgt. Het gemeenschappelijk curriculum bevat de leerdoelen die we bij iedere leerling willen bereiken. Het gaat over alles wat je moet kennen en kunnen om een diploma of studiebewijs te krijgen. Leerlingen die een gemeenschappelijk curriculum volgen en hiervoor slagen, hebben recht op een getuigschrift of diploma. Als er bij een leerling iets in de weg zit om die maximale vooruitgang te maken en het gemeenschappelijk curriculum te volgen, dan heeft deze leerling recht op aanpassingen (meestal STICORDI-maatregelen) die het hem mogelijk maken om dat doel wél te bereiken. De aanpassingen moeten wel redelijk of haalbaar zijn voor de school. Meestal volstaan stimulerende en/of compenserende en/of remediërende en/of dispenserende maatregelen (STICORDI-maatregelen) om het gemeenschappelijk curriculum te kunnen volgen. Soms is er ondersteuning vanuit een ondersteuningsnetwerk nodig om die aanpassingen redelijk of voldoende te maken voor het schoolteam. Soms zijn de aanpassingen onredelijk

of onvoldoende om het gemeenschappelijk curriculum te kunnen volgen. In dat geval kan de leerling de leerdoelen van het gemeenschappelijk curriculum niet behalen. Alle partijen (school, ouder(s), leerling, CLB, …) overleggen hier samen over. Het CLB kan beslissen dat er nood is aan een individueel aangepast curriculum (IAC) in het gewoon onderwijs. Na die beslissing kan men ook onmiddellijk voor buitengewoon onderwijs kiezen (zie ook verder Buitengewoon onderwijs).

Ondersteuning voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon onderwijs: hulp vanuit een ondersteuningsnetwerk

Sinds 1 september 2017 worden leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften op een andere manier in het gewoon onderwijs ondersteund. Scholen voor gewoon onderwijs en scholen voor buitengewoon onderwijs brengen de expertise samen in een ondersteuningsnetwerk om leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften en de leraren(teams) die met deze leerlingen werken, te ondersteunen. Sommige leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften kunnen gewoon onderwijs volgen met de hulp van een ondersteuningsteam.

 Ondersteuning vanuit een ondersteuningsnetwerk: wegens specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon onderwijs of bij terugkeer uit het buitengewoon onderwijs.

Binnen het GO! meldt een school voor gewoon onderwijs alle ondersteuningsnoden aan bij het ondersteuningsnetwerk. Na het doorlopen van de stappen van een handelingsgericht diagnostisch traject (verder: HGD-traject), kan een leerling mogelijk aanspraak maken op deze extra ondersteuning:

  • De leerling zit in het gewoon onderwijs. Na overleg tussen school, ouders, leerling en CLB besluit men dat de leerling en de leerkracht extra expertise van het ondersteuningsnetwerk bovenop STICORDI- maatregelen nodig hebben.
  • De leerling volgde les in het buitengewoon onderwijs en keert terug naar het gewoon onderwijs.

 Gewoon onderwijs met ondersteuning vanuit het ondersteuningsnetwerk

Indien na het doorlopen van een HGD-traject van het CLB blijkt dat er nood is aan ondersteuning van het ondersteuningsnetwerk, in combinatie met compenserende of dispenserende maatregelen binnen het gemeenschappelijk curriculum, kunnen leerlingen ondersteuning krijgen. Het CLB maakt een ‘gemotiveerd verslag’ op. Het CLB maakt dit document op in samenspraak met school, ouders, leerling en eventuele anderen. Hierover kun je meer informatie krijgen bij het CLB.

Indien tijdens het doorlopen een HGD-traject van het CLB blijkt dat de nodige aanpassingen onredelijk of onvoldoende zijn voor het volgen van het gemeenschappelijk curriculum, wordt na akkoord van de ouders, een ‘verslag’ opgesteld. Met dit verslag kan de leerling een individueel aangepast curriculum volgen binnen het gewoon onderwijs (en kan de leerling en het leerkrachtenteam ook ondersteuning krijgen vanuit het ondersteuningsnetwerk) of kan de leerling de overstap maken naar het buitengewoon onderwijs. Een leerling met een ‘verslag’ wordt in een gewone school ingeschreven onder ontbindende voorwaarde. Hierover kun je meer informatie krijgen bij het CLB.

 Ondersteuning na terugkeer uit het buitengewoon onderwijs

Als een leerling terugkeert uit het buitengewoon onderwijs en nog steeds een geldig ‘verslag’ heeft dat toegang gaf tot het buitengewoon onderwijs, wordt de leerling ingeschreven in het gewoon onderwijs onder ontbindende voorwaarde. De school doorloopt dan een procedure. Hierover kan je meer informatie krijgen bij de school en bij het CLB.

Na terugkeer uit het buitengewoon onderwijs kan een leerling extra ondersteuning krijgen als dit nodig zou zijn en de leerling voldoet aan de wettelijke voorwaarden. De regelgeving bepaalt wie daarvoor in aanmerking komt. Het CLB gaat na of de school en de leerling ondersteuning nodig hebben, en of deze ondersteuning wel voldoende is voor leerling en schoolteam. Het CLB bespreekt dit met ouders en school tijdens een ‘handelingsgericht diagnostisch traject’.

Als de leerling het gemeenschappelijk curriculum kan volgen en er is bijkomend nood aan ondersteuning vanuit het ondersteuningsnetwerk en de leerling voldoet aan alle criteria, stelt het CLB een ‘gemotiveerd verslag’ op. Het CLB doet dat in samenspraak met school, ouders of leerling en anderen. Dit gemotiveerd verslag is nodig om de extra ondersteuning te krijgen.

Als de leerling het gemeenschappelijk curriculum niet kan volgen, blijft het ‘verslag’ dat de leerling toegang geeft tot het buitengewoon onderwijs bestaan. De school kiest er dan voor om na overleg met CLB en ouders en leerling een individueel aangepast curriculum (IAC) uit te tekenen. Ze maakt daarbij leerdoelen op maat van de leerling, om hem zo ver mogelijk in zijn ontwikkeling te krijgen. Een getuigschrift behalen is niet de eerste prioriteit, maar is ook niet uitgesloten. Ook deze leerlingen kunnen ondersteuning krijgen vanuit het ondersteuningsnetwerk. Dit kan op basis van het reeds bestaande ‘verslag’.

Het CLB wisselt het (gemotiveerd) verslag uit met de school én de ondersteuner die je zal begeleiden. De uitwisseling verloopt digitaal op een veilige manier via het IRIS-platform. De toegang tot het (gemotiveerd) verslag voor de huidige school stopt als je je inschrijft in een andere school.

 Buitengewoon onderwijs

Soms besluiten school, ouders en CLB dat de aanpassingen die een leerling nodig heeft om het gemeenschappelijk curriculum in het gewoon onderwijs te kunnen volgen, niet volstaan of onredelijk zijn. Zij doen dat altijd na een ‘handelingsgericht diagnostisch traject’. Men besluit dan om de leerling een recht op toegang tot het buitengewoon onderwijs toe te kennen. Buitengewoon onderwijs volgen is een recht. Het kan slechts heel zelden verplicht worden. Terugkeren uit het buitengewoon onderwijs naar het gewoon onderwijs is altijd mogelijk. Soms zijn er bijzondere voorwaarden aan verbonden. Het buitengewoon basisonderwijs is verdeeld in verschillende types. In het buitengewoon secundair onderwijs zijn er types en onderwijsvormen. In elk type en in elke onderwijsvorm zijn er bijzondere aandachtspunten. Meer informatie over scholen die buitengewoon onderwijs organiseren vind je via onderwijskiezer.

 Multidisciplinaire dossier en klachtenprocedure

Hier vind je meer informatie over je dossier en de klachtenprocedure.

 Het multidisciplinaire dossier

Officieel heet het dossier het multidisciplinaire dossier. We geven de belangrijkste punten mee. Meer informatie vind je in de folder “Je dossier in het CLB”.

En natuurlijk kun je ook terecht bij de CLB-medewerker.

 Wat staat er in mijn dossier?

Voor iedere leerling leggen we een dossier aan. Dit dossier bevat onder meer:

  • administratieve gegevens: je naam, klas, adres, de telefoonnummers van je ouders, e.d.;
  • gegevens over de systematische contacten in het kader van de preventieve gezondheidszorg (zie Preventieve gezondheidszorg);
  • gegevens over de vaccinaties;
  • gegevens over de profylactische maatregelen (zie 5 Besmettelijke ziekten);
  • gegevens over de verplichte begeleiding bij ongewettigde afwezigheden;
  • verslagen van gesprekken;
  • resultaten van testen;

 Wie krijgt toegang tot mijn dossier?

1. Het CLB-team

Sommige gegevens kunnen - in het belang van betrokkenen - voor bepaalde CLB-medewerkers ontoegankelijk gemaakt worden. Men doet dat op verzoek van de bekwame minder- of meerderjarige leerling. Het verzoek kan ook komen van ouders en opvoedingsverantwoordelijken. Zij verzoeken dan in eigen naam of in naam van de niet-bekwame minder- of meerderjarige leerling. Soms maakt men de gegevens on toegankelijk om de rechten van ‘derden’ te vrijwaren. En het kan ook gebeuren dat een CLB-medewerker in uitzonderlijke gevallen ambtshalve geen toegang meer heeft.

 2. De leerling zelf en de ouders en/of opvoedingsverantwoordelijken.

De bekwame minderjarige leerling of de meerderjarige leerling heeft recht op toegang tot zijn dossier. Maar er zijn enkele uitzonderingen op die regel. Staat er in het dossier bv. informatie die enkel over een derde gaat, dan is daar geen toegang toe. Over de andere wettelijke uitzonderingen kan je CLB-medewerker je meer vertellen.

 Het recht op toegang tot het dossier wordt altijd uitgeoefend onder begeleiding van een CLB-medewerker die hierbij de nodige verduidelijking geeft. Als je niet bekwaam bent, zijn het in principe je ouders die het recht op toegang uitoefenen. Ook voor hen gelden bovenstaande uitzonderingen. Daarbij komt nog de bepaling dat ouders geen recht hebben op de contextuele gegevens die over de andere ouder gaan.

Daarbuiten hebben ouders altijd een recht op toegang tot de gegevens die enkel henzelf betreffen. Meer informatie vind je in de folder “Je dossier in het CLB”.

3. De leerling, bijgestaan door een vertrouwenspersoon

De leerling kan het recht op toegang zelfstandig uitoefenen of zich laten bijstaan door een vertrouwenspersoon die

  • meerderjarig is;
  • op een ondubbelzinnige wijze door de leerling aangewezen is;
  • niet rechtstreeks betrokken is bij de jeugdhulpverlening;
  • beschikt over een uittreksel uit het strafregister dat een model 2 omvat.

Wie is de eindverantwoordelijke voor het dossier?

De ‘eindverantwoordelijkheid’ voor de gegevens in het dossier ligt bij de directeur van het CLB. Voor het verwerken van persoonsgegevens die de gezondheid betreffen, ligt die eindverantwoordelijkheid bij de verantwoordelijke beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg van het centrum.

 Wat gebeurt er met mijn dossier als ik van school verander?

Als je ooit van school verandert, bezorgt het CLB van je oude school het dossier aan het CLB van je nieuwe school. De directeur van het CLB van je oude school is de ‘eindverantwoordelijke’ voor deze overdracht.

Ik wil niet dat het dossier aan het nieuwe CLB wordt bezorgd

Sommige gegevens moeten we bezorgen!

Er zijn gegevens die we aan het nieuwe CLB moeten bezorgen, namelijk:

je identificatiegegevens (bv. adres, geboortedatum, e.d.);

de vaccinatiegegevens;

de gegevens in het kader van systematische contacten;

leerplichtbegeleiding (schoolverzuim, ook wel spijbelen genoemd);

het verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs;

het gemotiveerd verslag voor een leerling die recht heeft op ondersteuning.

 Wie kan verzet aantekenen?

Tegen het overdragen van andere gegevens kun je ‘verzet aantekenen’. Hierbij geldt de volgende regel:

Ben je zelf 12 jaar of ouder en bekwaam? Je tekent zelf verzet aan. Ben je jonger dan 12 jaar en niet bekwaam? Je ouders tekenen verzet aan.

Hoe teken ik verzet tegen overdracht aan?

Vanaf het ogenblik dat de ouders (of naargelang het geval de opvoedingsverantwoordelijken of de bekwame leerling) op de hoogte zijn gebracht van de overdracht, hebben ze tien dagen tijd om het verzet schriftelijk in te dienen bij de CLB directeur.

02 274 48 00

commission@privacycommission.be

Mag het CLB gegevens aan anderen bezorgen?

Het CLB en zijn medewerkers mogen enkel in het belang van de leerling gegevens uit het multi-disciplinaire dossier aan anderen bezorgen. Dat is slechts in een aantal gevallen mogelijk. Voor onze samenwerking met de school mogen we bijvoorbeeld wel gegevens doorgeven, maar dan enkel die gegevens die de school nodig heeft om jou op een passende manier te begeleiden. We gaan dit ook op voorhand met jou, of met je ouders indien je niet bekwaam bent, bespreken. Bij het doorspelen van de gegevens houden we rekening met onze werkingsprincipes (zie: Het CLB en zijn werkingsprincipes).

Vernietiging van de gegevens uit het multidisciplinaire dossier

1. Dossiers van leerlingen uit het gewoon onderwijs

De multidisciplinaire dossiers worden door het CLB bewaard tot ten minste tien jaar na de datum van het laatst uitgevoerde systematische contact of de laatst uitgevoerde vaccinatie.

Bijvoorbeeld: Het laatste systematische contact wordt uitgevoerd op 10 februari 2019. Het dossier blijft zeker bewaard tot en met 10 februari 2029.

Je dossier mag niet vernietigd worden voor je 25 jaar bent geworden. In bovenstaand voorbeeld zou dit betekenen dat je op 10 februari 2029 al 25 jaar moet zijn. Anders mogen we je dossier niet vernietigen. Na die periode mag de directeur van het CLB beslissen dat de dossiers vernietigd worden. De procedure daarvoor moet hij correct volgen.

2. Dossiers van leerlingen uit het buitengewoon onderwijs

Dossiers van leerlingen die hun allerlaatste schooljaar les volgden in het buitengewoon onderwijs worden langer bewaard. Deze dossiers mogen pas vernietigd worden als de leerlingen minimum 30 jaar zijn. En ook pas tien jaar na de datum van het laatst uitgevoerde systematische contact of de laatst uitgevoerde vaccinatie.

Permanente bewaring van enkele dossiers

Een heel beperkt aantal dossiers wordt permanent bewaard.

Informatieplicht in verband met het multidisciplinaire dossier

De CLB-directeur moet ervoor zorgen dat jij en je ouders op de gepaste wijze over jouw dossier worden geïnformeerd. Als er, na overleg met het CLB, ‘betwisting’ is over de verwerking van je persoonsgegevens kan men zich wenden tot de:

Gegevensbeschermingsautoriteit, Drukpersstraat 35, 1000 Brussel

02 274 48 00 - commission@privacycommission.be

 Klachtenprocedure

Voor klachten over het CLB (behalve de klachten over het beroepsgeheim van CLB-personeelsleden) gelden dezelfde bepalingen als die voor de school. Ze zijn opgenomen in de zogenaamde “algemene klachtenprocedure” van het schoolreglement.

 Heb je een klacht over het beroepsgeheim van de CLB-personeelsleden, dan geldt de volgende procedure.

  • Klachten over de werking van het CLB of over een concrete handeling of beslissing van een personeelslid, moeten kort na de feiten gemeld worden aan de directeur van het CLB en met hem besproken worden.
  • Komt men na overleg met de directeur niet tot een akkoord, dan kan men schriftelijk klacht indienen bij de directeur van het CLB.
  • Binnen een termijn van tien kalenderdagen stuurt de directeur de klager een ontvangstbevestiging waarin hij informatie geeft over de behandeling van de klacht.
  • De directeur gaat na of de klacht terecht is en stuurt dan een brief naar de klager met een samenvatting van het onderzoek. De directeur zegt ook wat hij van de klacht vindt en waarom. Ook als de directeur de klacht niet terecht vindt, stuurt hij de klager een brief om uit te leggen waarom hij de klacht niet terecht vindt. Vanaf de ontvangst van de klacht heeft de directeur 45 kalenderdagen tijd om de klacht te behandelen.
  • Als iemand een klacht tegen een beslissing indient, blijft die beslissing gewoon gelden. Na het onderzoek van de klacht kan eventueel een andere beslissing genomen worden. Het is ook mogelijk dat de oude beslissing blijft bestaan.

 Onderwijskiezer en CLBch@t CLBch@t

Heb je als leerling vragen over je studies? Wil je praten over hoe je je voelt? Wil je graag wat advies over hoe je met iets moet omgaan? Heb je vragen over je gezondheid of over het CLB-consult op het CLB? Heb je als ouder vragen over de studies, het gedrag of de gezondheid van je zoon of dochter? Maak je je zorgen over zijn of haar welbevinden? Heb je vragen over de studiekeuze? Of wil je weten wat we als CLB voor jou en je kinderen kunnen betekenen? Je kan met elke vraag terecht op CLBch@t. Via CLBch@t kan je een anoniem

chatgesprek hebben met een CLB-medewerker. De medewerker zal met jou kijken hoe je best geholpen wordt. CLBch@t is bereikbaar na 17 uur en op woensdagnamiddag. Meer informatie over de openingsuren vind je via: www.clbchat.be.

Onderwijskiezer

Op de website van Onderwijskiezer vind je goede en betrouwbare informatie over het volledige onderwijslandschap. Bovendien is er een beschrijving van honderden beroepen, welke opleidingen je daar kunt voor volgen, filmpjes,… Er zijn hiernaast ook zelftests te vinden die peilen naar je belangstelling voor de studierichtingen van het secundair onderwijs en je studiehouding.

BIJDRAGEREGELING

TOEDIENEN VAN MEDICATIE

Geachte ouders,

De laatste jaren wordt in toenemende mate aan de leerkrachten/school gevraagd om medicatie toe te dienen op school.

Graag hadden wij hieromtrent de volgende afspraken gemaakt:

  • vermijd zoveel mogelijk dat er medicatie op school moet worden genomen
  • is dit toch absoluut nodig, laat dan onderstaand attest door de behandelende arts invullen
  • het schoolpersoneel kan op geen enkel ogenblik verantwoordelijk gesteld worden voor bijwerkingen die de leerling kan ondervinden nadat de medicatie correct op school is genomen.

 Bij twijfels of vragen vanuit de school kan het nodig zijn dat de CLB-arts contact opneemt met uw huisarts.

Attest van de behandelende arts, te overhandigen aan de leerkracht/school Naam van het kind:                  ………………………………………………………

Naam van de medicatie:                  ………………………………………………………

………………………………………………………

Dosis:                                                  ………………………………………………………

Periode van toediening:                   van ……………… tot……………….. (datum)

Tijdstip van toediening op school: …………………………………

Stempel en handtekening arts                                                     Handtekening ouder(s)

ENGAGEMENTSVERKLARING

 Inleiding

Een voldoende betrokkenheid van jullie als ouders bij het schoolleven is essentieel voor de leerkansen van kinderen. Van ouders verwachten we dat ze geïnteresseerd zijn in wat hun kinderen meemaken op school, positief staan t.o.v. school en schoolwerk, ervoor zorgen dat hun kinderen tijdig aanwezig zijn op school, … Aangezien betrokkenheid van ouders van essentieel belang is, wordt vanaf het schooljaar 2010-2011 in alle Nederlandstalige scholen een engagementsverklaring ingevoerd. De omgevingsfactoren (onbekendheid met het Vlaams onderwijssysteem en de gebruiken ervan, de thuistaal die verschilt van instructietaal, …) die een engagementsverklaring rechtvaardigen, zijn misschien niet overal even sterk aanwezig, maar toch zijn afspraken tussen school en ouders in elke school eigenlijk van groot belang. Wanneer de leerkansen van een leerling precair zijn, zijn dergelijke engagementen des te meer nodig, maar eigenlijk is een minimale betrokkenheid van ouders bij het schoolleven van de kinderen altijd noodzakelijk.

Wat is een engagementsverklaring?

Een engagementsverklaring is een geheel van wederzijdse afspraken tussen school en ouders. De school maakt duidelijk welke inspanningen en initiatieven ze neemt om de dialoog met ouders vlot te laten verlopen enerzijds, en ouders engageren zich tot betrokkenheid anderzijds. De wederzijdsheid, de wisselwerking tussen school en ouders is in de engagementsverklaring dus een zeer belangrijk element. De doelstelling van de engagementsverklaring is ouderbetrokkenheid bij het schoolgebeuren te vergroten, zodat de leerkansen van de kinderen vergroten.

Integratie in het schoolreglement

De engagementsverklaring wordt geen afzonderlijk document maar wordt geïntegreerd in het schoolreglement, dat bij elke inschrijving ter ondertekening aan de ouders voorgelegd moet worden. Aan de thema’s die nu reeds verplicht in het schoolreglement opgenomen zijn wordt voortaan dus de engagementsverklaring toegevoegd.

Rond welke thema’s dient er een engagementsverklaring te komen? Het gaat om vijf thema’s:

1. Engagement in verband met oudercontact:

Twee maal per jaar organiseert De Pit een individueel oudercontact tussen jou als ouder en de leerkracht (voor de kerstvakantie en bij het einde van het schooljaar). Je engageert je om hieraan deel te nemen. In een situatie van overmacht kan een andere afspraak gemaakt worden met de leerkracht. Oudercontacten zijn een gesprek tussen jou en leerkracht over de vorderingen van uw kind, indien je belet bent en je laat vervangen door een derde, dan dien je als ouder hiervoor schriftelijke toestemming te geven. Deze verklaring dient ten laatste 1 dag voor het oudercontact in het bezit te zijn van de klasleerkracht of de directie. Driemaal per jaar vindt er ook een klasoverleg plaats. De begeleider geeft dan uitleg over de werking in de klas. De aanwezigheid van één van de ouders wordt dan ook verwacht.

  1. Engagement betreffende voldoende aanwezigheid

De Pit en jij als ouder maken via de engagementsverklaring duidelijke afspraken betreffende de voldoende aanwezigheid van de leerlingen. Zo kan de Pit haar spijbelbeleid toelichten, haar beleid inzake ‘op tijd komen’,

… Niet alleen voor leerplichtige leerlingen maar ook voor kleuters is een voldoende aanwezigheid op school essentieel voor een succesvolle schoolcarrière. Je engageert je om uw kind ‘s ochtends op tijd naar school te brengen. De lessen starten om 8.40u. Het is van groot belang om uw kind zowel in het kleuter als in het lager onderwijs regelmatig naar school te laten gaan en de school te steunen in haar aanpak van het spijbelen.

  1. Een positief engagement ten opzichte van de onderwijstaal van de school.

De Pit is een Nederlandstalige school.

Door uw kind in deze school in te schrijven verwachten we dat u zich als ouder een engagement aangaat om uw kind aan te moedigen om Nederlands te spreken en leren. Leerlingen die anderstalig zijn hebben er baat bij om ook buiten de school in contact te komen met de Nederlandse taal.

Omdat dit engagement echter betrekking heeft op de vrije tijd van de betrokken leerlingen en hun ouders, en dit het recht op privé-, familie- en gezinsleven raakt, is dit engagement beperkt gehouden:

  • de leerling moet aangemoedigd worden om Nederlands te leren.

 4. Engagement in verband met ouderparticipatie op schoolniveau.

De school organiseert jaarlijks aan het begin van het schooljaar een schooloverleg (= klokhuis) waarop de werkgroepen en taken voor het betreffende schooljaar gecommuniceerd worden. De school verwacht dat zoveel mogelijk gezinnen participeren aan één van deze werkgroepen of taken. De school organiseert minimum driemaal per jaar een schooloverleg. De school verwacht dat ouders op de schoolvergaderingen (start en einde schooljaar) aanwezig zijn.

  1. Engagement: positieve houding ten aanzien van bijkomende inspanningen om de taalachterstand van leerlingen weg te werken

De ouders engageren zich ertoe hun kind te laten participeren aan de extra maatregelen, die de school in het kader van haar talenbeleid neemt.

Wat is de draagwijdte van de engagementsverklaring?

Het schoolreglement is voor het basisonderwijs hét document dat de wederzijdse rechten en plichten tussen school en ouders regelt. Het is dan ook de aangewezen plaats om de engagementsverklaring, die eveneens afspraken tussen school en ouders regelt, in het schoolreglement op te nemen. Door de engagementsverklaring te integreren in het schoolreglement verkrijgen de erin opgenomen engagementen hetzelfde afdwingbaar karakter als de bepalingen die nu reeds in het schoolreglement zijn opgenomen.

Een inschrijving van een leerling kan pas tot stand komen als de ouders instemming met het schoolreglement. Voor inschrijvingen vanaf het schooljaar 2010-2011 betekent dit dat er bij inschrijving ook instemming moet zijn met de engagementsverklaring, anders kan er geen inschrijving volgen. Anderzijds mag de engagementsverklaring niet tot gevolg hebben dat het leerrecht van jongeren wordt geschaad. Het leerrecht van jongeren kan nooit worden geschonden louter omdat hun ouders hetgeen met de school is afgesproken niet nakomen. De engagementsverklaring, i.c. het niet naleven ervan door de ouders, kan geen aanleiding zijn tot het schorsen of uitsluiten van leerlingen.

  1. Inwerkingtreding

De engagementsverklaring is van toepassing vanaf het schooljaar 2010-2011.