wegwijs > veelgestelde vragen (frequently
asked
questions)
1. Wie was Célestin Freinet?
2. Freinet leefde een eeuw geleden. Zijn zijn ideeën of opvoedingsmodellen vandaag de dag dan niet achterhaald?
3. Welk zijn de belangrijkste uitgangspunten van onze school?
4. Welke freinettechnieken passen we nu al toe in deze school?
5. Welke strekking heeft onze freinetschool?
6. Is freinetonderwijs netgebonden?
7. Waarom werken wij in onze school met graadklassen?
8. Is deze school een school voor kinderen met leerproblemen of gedragsproblemen? Is ze voor elk kind geschikt?
9. Mogen kinderen op onze school alles? Leidt de freinetpedagogie dan niet tot structuurloze kinderen?
10. Freinetkinderen worden getraind in assertiviteit. Leidt dat niet tot agressiviteit? En wat met verlegen kinderen?
11. Hoe wordt er in onze school omgegaan met conflicten?
12. Wat als afspraken bewust worden overtreden? Zijn er sancties en hoe worden die bepaald?
13. Gaan kinderen zich niet eenzijdig ontwikkelen als ze alleen doen wat ze interessant vinden?
14. Als mijn kind op eigen tempo en zelfstandig mag werken, beheerst het dan wel alle vereiste leerstof die de leerplannen voorschrijven?
Komt alle leerstof die de leerplannen voorschrijven wel spontaan uit de kinderen?
Komt alle leerstof die de leerplannen voorschrijven wel spontaan uit de kinderen?
15. Vraagt een freinetschool niet teveel van de eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid van mijn kind?
16. Hoe denkt men in onze school over wedijveren?
17. Welke toegevoegde waarde geeft het freinetonderwijs op het niveau van de kleuterklas?
18. Krijgen kinderen in onze school huiswerk?
19. Wordt er getoetst in deze school en hoe worden de vorderingen van de kinderen aan de ouders bekendgemaakt?
20. Hoe worden kinderen met leermoeilijkheden opgevolgd?
21. Hoe zit het met zittenblijven of blijven kinderen in een freinetschool nooit zitten?
22. Hoe worden kinderen met een hoog tempo opgevangen?
23. Is freinetonderwijs enkel beperkt tot het basisonderwijs?
24. Ondervinden kinderen geen moeilijkheden bij de overgang naar het secundair onderwijs en hoe worden ze voorbereid op de overgang?
25. Hoe zit het met de betrokkenheid van de ouders en wat houdt ouderparticipatie in?
Met dank aan Nele Kums van Freinetschool 'op stelten' !
5. Welke strekking heeft onze freinetschool?
Een freinetschool is gebaseerd op een pedagogische visie. Binnen deze leer- en opvoedkundige visie zijn kinderen van alle culturen en godsdiensten welkom. We proberen onze leerlingen te onderwijzen in de geest van onze 6 basispijlers. Respect en eigenwaarde zijn niet voorbehouden voor één bepaalde religieuze strekking. Dit pluralistisch denken en het feit dat in onze school het kind meebepaalt wat er in de klas behandeld wordt, maakt dat christelijke kinderen niet zullen nalaten over Pasen en Kerstmis te spreken en een islamitisch kind zal de klasgenootjes over de Ramadan vertellen. Er wordt naar gestreefd om niemand te belemmeren in zijn godsdienstig bezig zijn. We willen niemand iets opdringen en iedereen laten ontwikkelen volgens zijn eigen godsdienst.
Het gemeenschapsonderwijs biedt verschillende godsdiensten en niet confessionele zedenleer aan. Deze 2 uren worden gegeven door vakleerkrachten.
Een freinetschool is gebaseerd op een pedagogische visie. Binnen deze leer- en opvoedkundige visie zijn kinderen van alle culturen en godsdiensten welkom. We proberen onze leerlingen te onderwijzen in de geest van onze 6 basispijlers. Respect en eigenwaarde zijn niet voorbehouden voor één bepaalde religieuze strekking. Dit pluralistisch denken en het feit dat in onze school het kind meebepaalt wat er in de klas behandeld wordt, maakt dat christelijke kinderen niet zullen nalaten over Pasen en Kerstmis te spreken en een islamitisch kind zal de klasgenootjes over de Ramadan vertellen. Er wordt naar gestreefd om niemand te belemmeren in zijn godsdienstig bezig zijn. We willen niemand iets opdringen en iedereen laten ontwikkelen volgens zijn eigen godsdienst.
Het gemeenschapsonderwijs biedt verschillende godsdiensten en niet confessionele zedenleer aan. Deze 2 uren worden gegeven door vakleerkrachten.
6. Is freinetonderwijs netgebonden?
Nee. freinetscholen vind je in alle netten. Onze school is een school van het GO! en wordt gefinancierd door de Vlaamse Gemeenschap.
Nee. freinetscholen vind je in alle netten. Onze school is een school van het GO! en wordt gefinancierd door de Vlaamse Gemeenschap.
7. Waarom werken wij in onze school met graadklassen?
Een graadklas is een klas waarin leerlingen van twee verschillende leeftijden samen zitten (bijvoorbeeld het eerste en het tweede leerjaar). We vinden dat dit systeem de meeste kansen biedt naar sociaal - emotionele ontwikkeling van het kind. Het kind neemt het ene jaar de jongere rol aan, om het daaropvolgende jaar de oudere, wat meer leidinggevende rol aan te nemen. Voor de leerkracht is het van groot belang dat hij/zij het kind gedurende twee jaar kan begeleiden en opvolgen. Als leerkracht krijg je hierdoor de kans om de verschillende aspecten van het kind beter te leren kennen. In het graadklassensysteem kan er soepel worden omgegaan met de leerstofdoelen. Zo hoeft er geen onnodige druk te ontstaan, om een kind voor een bepaald leerstofonderdeel 'per se' tegen het einde van het schooljaar op niveau te krijgen. Het kind kan er het volgende schooljaar gewoon aan verder werken.
Een graadklas is een klas waarin leerlingen van twee verschillende leeftijden samen zitten (bijvoorbeeld het eerste en het tweede leerjaar). We vinden dat dit systeem de meeste kansen biedt naar sociaal - emotionele ontwikkeling van het kind. Het kind neemt het ene jaar de jongere rol aan, om het daaropvolgende jaar de oudere, wat meer leidinggevende rol aan te nemen. Voor de leerkracht is het van groot belang dat hij/zij het kind gedurende twee jaar kan begeleiden en opvolgen. Als leerkracht krijg je hierdoor de kans om de verschillende aspecten van het kind beter te leren kennen. In het graadklassensysteem kan er soepel worden omgegaan met de leerstofdoelen. Zo hoeft er geen onnodige druk te ontstaan, om een kind voor een bepaald leerstofonderdeel 'per se' tegen het einde van het schooljaar op niveau te krijgen. Het kind kan er het volgende schooljaar gewoon aan verder werken.
8. Is deze school een school voor kinderen met leerproblemen
of gedragsproblemen? Is ze voor elk kind geschikt?
Onze school is een (wat on-)gewone basisschool voor gewone kinderen. Dat wil zeggen dat wij ons onderwijs richten op dezelfde kinderen als de 'gewone' scholen uit de verschillende netten. Kinderen met leerproblemen kunnen soms wel en soms niet bij ons terecht. Dat hangt af van de bron van die problemen. Waar ze bijvoorbeeld veroorzaakt zijn doordat het eerder type onderwijs niet aansloot bij de persoonlijkheid of de achtergrond van het kind, daar kan een freinetaanpak wonderen doen. Waar de problemen diep uit het kind zelf voortkomen is een speciale benadering nodig, en verwijzen wij, in samenspraak met het CLB, door naar een beter geschikt onderwijstype. Er geldt dus steeds dat bij de inschrijving gekeken moet worden of de freinetaanpak bij het kind zal passen.
Onze school is een (wat on-)gewone basisschool voor gewone kinderen. Dat wil zeggen dat wij ons onderwijs richten op dezelfde kinderen als de 'gewone' scholen uit de verschillende netten. Kinderen met leerproblemen kunnen soms wel en soms niet bij ons terecht. Dat hangt af van de bron van die problemen. Waar ze bijvoorbeeld veroorzaakt zijn doordat het eerder type onderwijs niet aansloot bij de persoonlijkheid of de achtergrond van het kind, daar kan een freinetaanpak wonderen doen. Waar de problemen diep uit het kind zelf voortkomen is een speciale benadering nodig, en verwijzen wij, in samenspraak met het CLB, door naar een beter geschikt onderwijstype. Er geldt dus steeds dat bij de inschrijving gekeken moet worden of de freinetaanpak bij het kind zal passen.
9. Mogen kinderen op onze school alles? Leidt de
freinetpedagogie dan niet tot structuurloze kinderen?
We proberen in onze school situaties te creëren waar iedereen optimaal met elkaar kan samenwerken. Natuurlijk zijn er dus op onze school ook afspraken en regels nodig. Een aantal van die afspraken worden opgelegd vanuit de leerkrachten, maar dat proberen we in de mate van het mogelijke te vermijden. Wij proberen immers de kinderen te laten ervaren hoe regels ontstaan. Bovendien zijn die regels bespreekbaar. De meeste regels ontstaan vanuit concrete situaties die door de kinderen en de leerkrachten als storend worden ervaren. De mogelijkheden van de kinderen worden vaak onderschat. Ze kunnen heel wat verantwoordelijkheid aan als ze daarin begeleid worden. Ze kunnen best de verantwoordelijkheid dragen voor regels in de klas. Wekelijks is er een klassenraad waarin voorstellen, kritieken, vragen, afspraken,... besproken worden. Punten die de hele school aangaan worden meegenomen naar de schoolraad, deze komt tweewekelijks samen. Hierin zetelen twee afgevaardigden van elke klas, de administratieve medewerker en de coördinator. Zo leren zij omgaan met aspecten van democratie, besluitvorming, samenwerking, belangenverdediging...
We proberen in onze school situaties te creëren waar iedereen optimaal met elkaar kan samenwerken. Natuurlijk zijn er dus op onze school ook afspraken en regels nodig. Een aantal van die afspraken worden opgelegd vanuit de leerkrachten, maar dat proberen we in de mate van het mogelijke te vermijden. Wij proberen immers de kinderen te laten ervaren hoe regels ontstaan. Bovendien zijn die regels bespreekbaar. De meeste regels ontstaan vanuit concrete situaties die door de kinderen en de leerkrachten als storend worden ervaren. De mogelijkheden van de kinderen worden vaak onderschat. Ze kunnen heel wat verantwoordelijkheid aan als ze daarin begeleid worden. Ze kunnen best de verantwoordelijkheid dragen voor regels in de klas. Wekelijks is er een klassenraad waarin voorstellen, kritieken, vragen, afspraken,... besproken worden. Punten die de hele school aangaan worden meegenomen naar de schoolraad, deze komt tweewekelijks samen. Hierin zetelen twee afgevaardigden van elke klas, de administratieve medewerker en de coördinator. Zo leren zij omgaan met aspecten van democratie, besluitvorming, samenwerking, belangenverdediging...
10. Freinetkinderen worden getraind in assertiviteit. Leidt
dat niet tot agressiviteit? En wat met verlegen kinderen?
Jezelf op een degelijke manier kunnen uiten en verwoorden, vinden wij belangrijk. Onderweg komt het al eens voor dat de kinderen hun mening laten horen op een iets minder elegante manier. De leerkracht wijst hen hierop en probeert hen stap voor stap met hun eigen assertiviteit te leren omgaan. Je hebt kinderen die gemakkelijk naar voren treden en kinderen die liever in een hoekje zitten. In plaats van de verbaal sterken verbaal sterker te maken, zorgen wij ervoor dat zij leren wat 'luisteren' naar anderen is. En in plaats van de verbaal zwakkeren in een hoek te drummen, proberen wij hen het plezier en de kracht van het woord te doen ontdekken. Jezelf als mens goed voelen, heeft immers weinig te maken met hard roepen of weinig vertellen, maar alles met eigenwaarde. Elk kind heeft zijn eigen persoonlijkheid en die mag herkenbaar blijven.
Jezelf op een degelijke manier kunnen uiten en verwoorden, vinden wij belangrijk. Onderweg komt het al eens voor dat de kinderen hun mening laten horen op een iets minder elegante manier. De leerkracht wijst hen hierop en probeert hen stap voor stap met hun eigen assertiviteit te leren omgaan. Je hebt kinderen die gemakkelijk naar voren treden en kinderen die liever in een hoekje zitten. In plaats van de verbaal sterken verbaal sterker te maken, zorgen wij ervoor dat zij leren wat 'luisteren' naar anderen is. En in plaats van de verbaal zwakkeren in een hoek te drummen, proberen wij hen het plezier en de kracht van het woord te doen ontdekken. Jezelf als mens goed voelen, heeft immers weinig te maken met hard roepen of weinig vertellen, maar alles met eigenwaarde. Elk kind heeft zijn eigen persoonlijkheid en die mag herkenbaar blijven.
11. Hoe wordt er in onze school omgegaan met conflicten?
Bij conflicten of problemen wordt er altijd eerst met de betrokken personen gepraat. We kijken steeds 'waarom' een kind zo handelt. 'De probleemoplossende dialoog' is daar een hulpmiddel voor. Het is een gesprekstechniek die kinderen ertoe moet bewegen zelf over hun problemen na te denken en zelf naar oplossingen te zoeken. De kinderen krijgen dus geen kant-en-klare oplossingen aangeboden. Kinderen moeten hierin wel geholpen worden: de discussie helpen stopzetten, duidelijke normen stellen,... dat is de taak van de begeleidende leerkracht. Overdrijven in het praten met kinderen proberen we echter te vermijden. Kinderen moeten immers ook leren de consequenties van hun negatief gedrag te dragen.
Bij conflicten of problemen wordt er altijd eerst met de betrokken personen gepraat. We kijken steeds 'waarom' een kind zo handelt. 'De probleemoplossende dialoog' is daar een hulpmiddel voor. Het is een gesprekstechniek die kinderen ertoe moet bewegen zelf over hun problemen na te denken en zelf naar oplossingen te zoeken. De kinderen krijgen dus geen kant-en-klare oplossingen aangeboden. Kinderen moeten hierin wel geholpen worden: de discussie helpen stopzetten, duidelijke normen stellen,... dat is de taak van de begeleidende leerkracht. Overdrijven in het praten met kinderen proberen we echter te vermijden. Kinderen moeten immers ook leren de consequenties van hun negatief gedrag te dragen.
12. Wat als afspraken bewust worden overtreden? Zijn er
sancties en hoe worden die bepaald?
Het is niet zo dat onze sancties al op voorhand vastliggen. De sancties worden immers bepaald naargelang de ernst van de situatie en afhankelijk van kind tot kind. Belangrijk hierbij is dat een kind zich steeds bewust wordt van zijn acties. Dit bewustwordingsproces moet leiden tot het zien van de consequenties (gevolgen) van de daden en hieraan gekoppeld de wil om het weer goed te maken (vb spelen op toiletten- gevolg: vuile toiletten- goedmaken: poetsen van de toiletten). Wij willen er ook steeds voor zorgen dat door de reactie (straf, sanctie, maatregel) op het misgrijp, het kind het ook terug kan goedmaken en geen blijvend schuldgevoel meer heeft. Dit kan ook door andere klasgroepen te informeren over de mogelijke gevolgen van zijn acties en het klassikaal aanbieden van zijn verontschuldigingen (= herstellen).
Bij herhaald storend gedrag, voor het kind zelf of voor de anderen, worden wel de ouders betrokken om samen met hun zoon/dochter aan een oplossing te werken.
Het is niet zo dat onze sancties al op voorhand vastliggen. De sancties worden immers bepaald naargelang de ernst van de situatie en afhankelijk van kind tot kind. Belangrijk hierbij is dat een kind zich steeds bewust wordt van zijn acties. Dit bewustwordingsproces moet leiden tot het zien van de consequenties (gevolgen) van de daden en hieraan gekoppeld de wil om het weer goed te maken (vb spelen op toiletten- gevolg: vuile toiletten- goedmaken: poetsen van de toiletten). Wij willen er ook steeds voor zorgen dat door de reactie (straf, sanctie, maatregel) op het misgrijp, het kind het ook terug kan goedmaken en geen blijvend schuldgevoel meer heeft. Dit kan ook door andere klasgroepen te informeren over de mogelijke gevolgen van zijn acties en het klassikaal aanbieden van zijn verontschuldigingen (= herstellen).
Bij herhaald storend gedrag, voor het kind zelf of voor de anderen, worden wel de ouders betrokken om samen met hun zoon/dochter aan een oplossing te werken.
13. Gaan kinderen zich niet eenzijdig ontwikkelen als ze
alleen doen wat ze interessant vinden?
Wij willen graag dat de kinderen geprikkeld worden zodat ze als totale persoon actief zijn. Wij bieden kinderen dus mogelijkheden aan die een uitdaging zijn, zowel naar diepte als in de breedte. Wat die uitdagingen zijn, verschilt van kind tot kind. Bovendien leren kinderen ook werken met voorstellen van andere kinderen, zijn er de vaste leermomenten voor taal en rekenen. Daarnaast volgt deze school de eindtermen, werken we vaak klasdoorbrekend en komt WO zo veelzijdig mogelijk aan bod, worden er ook een aantal dingen opgelegd, kan de leerkracht verschillende invalshoeken aanbrengen, moeten de kinderen ook wel eens iets doen wat ze niet graag doen,... Van eenzijdigheid is dus geen sprake: zowel de leerkracht als de leerling hebben inspraak en sturen. Een houding van nieuwsgierigheid, goed kijken, verwondering aankweken, dat is de taak van de leerkracht. En dan zullen de onderwerpen een erg grote variëteit blijken te hebben gedurende de hele schoolloopbaan.
Wij willen graag dat de kinderen geprikkeld worden zodat ze als totale persoon actief zijn. Wij bieden kinderen dus mogelijkheden aan die een uitdaging zijn, zowel naar diepte als in de breedte. Wat die uitdagingen zijn, verschilt van kind tot kind. Bovendien leren kinderen ook werken met voorstellen van andere kinderen, zijn er de vaste leermomenten voor taal en rekenen. Daarnaast volgt deze school de eindtermen, werken we vaak klasdoorbrekend en komt WO zo veelzijdig mogelijk aan bod, worden er ook een aantal dingen opgelegd, kan de leerkracht verschillende invalshoeken aanbrengen, moeten de kinderen ook wel eens iets doen wat ze niet graag doen,... Van eenzijdigheid is dus geen sprake: zowel de leerkracht als de leerling hebben inspraak en sturen. Een houding van nieuwsgierigheid, goed kijken, verwondering aankweken, dat is de taak van de leerkracht. En dan zullen de onderwerpen een erg grote variëteit blijken te hebben gedurende de hele schoolloopbaan.
14. Als mijn kind op eigen tempo en zelfstandig mag werken,
beheerst het dan wel alle vereiste leerstof die de leerplannen
voorschrijven?
Komt alle leerstof die de leerplannen voorschrijven wel spontaan uit de kinderen?
Onze school volgt, net zoals eender welke andere basisschool, de officiële leerplannen. Onze werkwijze om de voorschriften van die leerplannen te bereiken, verschilt echter van de werkwijze van de traditionele scholen.
We werken bovendien in onze school niet slechts vanuit het opgelegde leerplan, maar ook vanuit de dynamiek van de kinderen. Kinderen leren gemakkelijker wat aansluit bij hun leefwereld. Kinderen weten dat, als ze hun tijd verprutsen tijdens hun werktijd, de consequentie zal zijn dat ze inleveren op deze activiteiten ('vrije werktijd'). Bijgevolg houdt het werken op eigen tempo dus zeker niet in dat de voorschriften van de leerplannen niet gevolgd worden. Het is bovendien een foute opvatting dat in het freinetonderwijs 'alles' uit de kinderen dient te komen. Sommige leerstofonderdelen zal je tot op zekere hoogte moeten doceren. Wij doen dat dan ook, maar beperken dat tot een minimum en zetten de kinderen vervolgens zo snel mogelijk aan het werk.
Komt alle leerstof die de leerplannen voorschrijven wel spontaan uit de kinderen?
Onze school volgt, net zoals eender welke andere basisschool, de officiële leerplannen. Onze werkwijze om de voorschriften van die leerplannen te bereiken, verschilt echter van de werkwijze van de traditionele scholen.
We werken bovendien in onze school niet slechts vanuit het opgelegde leerplan, maar ook vanuit de dynamiek van de kinderen. Kinderen leren gemakkelijker wat aansluit bij hun leefwereld. Kinderen weten dat, als ze hun tijd verprutsen tijdens hun werktijd, de consequentie zal zijn dat ze inleveren op deze activiteiten ('vrije werktijd'). Bijgevolg houdt het werken op eigen tempo dus zeker niet in dat de voorschriften van de leerplannen niet gevolgd worden. Het is bovendien een foute opvatting dat in het freinetonderwijs 'alles' uit de kinderen dient te komen. Sommige leerstofonderdelen zal je tot op zekere hoogte moeten doceren. Wij doen dat dan ook, maar beperken dat tot een minimum en zetten de kinderen vervolgens zo snel mogelijk aan het werk.
15. Vraagt een freinetschool niet teveel van de eigen
verantwoordelijkheid en zelfstandigheid van mijn kind?
Als kinderen iets gevraagd wordt dat ver boven hun vermogen ligt, dan gaan ze er vanzelf niet op in. Anderzijds ligt de leerprikkel juist in het schijnbaar onbereikbare, in die zone die hun huidige ik te boven gaat. Als leerkracht is het dus heel belangrijk een juist evenwicht te zoeken. Overleg met ouders is ook hier belangrijk zodat de ontwikkeling in een sfeer van geborgenheid en veiligheid kan plaatsvinden.
Als kinderen iets gevraagd wordt dat ver boven hun vermogen ligt, dan gaan ze er vanzelf niet op in. Anderzijds ligt de leerprikkel juist in het schijnbaar onbereikbare, in die zone die hun huidige ik te boven gaat. Als leerkracht is het dus heel belangrijk een juist evenwicht te zoeken. Overleg met ouders is ook hier belangrijk zodat de ontwikkeling in een sfeer van geborgenheid en veiligheid kan plaatsvinden.
16. Hoe denkt men in onze school over wedijveren?
Wedijveren heeft als doel elkaar proberen te overtreffen. Dit is niet verkeerd wanneer het vanuit een juiste houding plaatsvindt (bijvoorbeeld in de turnzaal wanneer kinderen rennen om het hardst). Erger wordt het wel wanneer het gebeurt in een sfeer van winnaars en verliezers. Prestaties zijn ook uiterst belangrijk. Ieder kind heeft de behoefte iets te presteren. We leren kinderen hiermee omgaan. Eerst leren we kinderen hun eigen prestaties te vergelijken met de voorgaande. Daarna leren kinderen om te gaan met prestaties van anderen. Dat het ene kind goed is in rekenen en het andere kind goed is in tekenen, is voor kinderen vaak een duidelijke zaak. Het is belangrijk hoe de leerkracht met deze gegevens omgaat, welke waarde hij/zij geeft aan de verschillen tussen elk kind. In onze school wil men voorkomen dat kinderen met elkaar vergeleken worden ten koste van elkaar. Elk kind wil graag samen met en van anderen leren. Het is vrijwel de enige manier om echt te leren. Daarom is samenwerken in groep zo belangrijk. Als kinderen respect leren hebben voor elkaars kunnen, waardering krijgen voor de prestaties van de anderen, dan kan elke individuele prestatie de prestatie van de groep verrijken. De rapporten worden zo opgesteld dat het onderling vergelijken moeilijk wordt. We gebruiken geen kil cijfer om te beoordelen maar we noteren onze bedenkingen gericht aan het kind. Het geeft de ouders en het kind zicht op de persoonlijke vooruitgang. Het zwakkere broertje krijgt nooit het stigma opgeplakt van het 'dommetje' van de klas. Elk pakketje dat een kind in zijn of haar tempo afmaakt, is immers een persoonlijke overwinning. Kinderen leren dus 'winnen' en 'zichzelf overwinnen', maar niet in concurrentie met een ander kind, wel in concurrentie met zichzelf.
Wedijveren heeft als doel elkaar proberen te overtreffen. Dit is niet verkeerd wanneer het vanuit een juiste houding plaatsvindt (bijvoorbeeld in de turnzaal wanneer kinderen rennen om het hardst). Erger wordt het wel wanneer het gebeurt in een sfeer van winnaars en verliezers. Prestaties zijn ook uiterst belangrijk. Ieder kind heeft de behoefte iets te presteren. We leren kinderen hiermee omgaan. Eerst leren we kinderen hun eigen prestaties te vergelijken met de voorgaande. Daarna leren kinderen om te gaan met prestaties van anderen. Dat het ene kind goed is in rekenen en het andere kind goed is in tekenen, is voor kinderen vaak een duidelijke zaak. Het is belangrijk hoe de leerkracht met deze gegevens omgaat, welke waarde hij/zij geeft aan de verschillen tussen elk kind. In onze school wil men voorkomen dat kinderen met elkaar vergeleken worden ten koste van elkaar. Elk kind wil graag samen met en van anderen leren. Het is vrijwel de enige manier om echt te leren. Daarom is samenwerken in groep zo belangrijk. Als kinderen respect leren hebben voor elkaars kunnen, waardering krijgen voor de prestaties van de anderen, dan kan elke individuele prestatie de prestatie van de groep verrijken. De rapporten worden zo opgesteld dat het onderling vergelijken moeilijk wordt. We gebruiken geen kil cijfer om te beoordelen maar we noteren onze bedenkingen gericht aan het kind. Het geeft de ouders en het kind zicht op de persoonlijke vooruitgang. Het zwakkere broertje krijgt nooit het stigma opgeplakt van het 'dommetje' van de klas. Elk pakketje dat een kind in zijn of haar tempo afmaakt, is immers een persoonlijke overwinning. Kinderen leren dus 'winnen' en 'zichzelf overwinnen', maar niet in concurrentie met een ander kind, wel in concurrentie met zichzelf.
17. Welke toegevoegde waarde geeft het freinetonderwijs op
het niveau van de kleuterklas?
Het is inderdaad zo dat de traditionele kleutermethodiek ook speels is en sterk vertrekt vanuit de kinderen zelf. Bovendien gaan steeds meer kleuterklassen ervaringsgericht werken, waardoor de gelijkenis met onze manier van werken in de kleuterklas groter wordt. Dit is een positieve evolutie. Toch geeft het een aantal voordelen wanneer kinderen al vanaf de kleuterklas deel uitmaken van onze school. Zo wordt bijvoorbeeld de kloof tussen kleuter- en lager onderwijs overbrugd doordat een heel aantal freinettechnieken de kleuters al wordt aangeleerd. Het werken met een groeilijn kan zo ook doorgetrokken worden van de eerste kleuterklas tot en met het 6de leerjaar. Zo kiezen kleuters immers al hun projecten, werken ze actief mee in de klasraad, in de schoolraad, krijgen ze inspraak, zijn er vrije werktijden, wordt de zelfstandigheid bevorderd,... Samen met de ouders wordt er dus reeds bij de kleuters ingespeeld op hun leergierigheid. Kortom, ook in de kleuterklas worden de kinderen au sérieux genomen. Ook de kleinschaligheid van onze school en de gemoedelijke sfeer is zeker en vast een meerwaarde!
Het is inderdaad zo dat de traditionele kleutermethodiek ook speels is en sterk vertrekt vanuit de kinderen zelf. Bovendien gaan steeds meer kleuterklassen ervaringsgericht werken, waardoor de gelijkenis met onze manier van werken in de kleuterklas groter wordt. Dit is een positieve evolutie. Toch geeft het een aantal voordelen wanneer kinderen al vanaf de kleuterklas deel uitmaken van onze school. Zo wordt bijvoorbeeld de kloof tussen kleuter- en lager onderwijs overbrugd doordat een heel aantal freinettechnieken de kleuters al wordt aangeleerd. Het werken met een groeilijn kan zo ook doorgetrokken worden van de eerste kleuterklas tot en met het 6de leerjaar. Zo kiezen kleuters immers al hun projecten, werken ze actief mee in de klasraad, in de schoolraad, krijgen ze inspraak, zijn er vrije werktijden, wordt de zelfstandigheid bevorderd,... Samen met de ouders wordt er dus reeds bij de kleuters ingespeeld op hun leergierigheid. Kortom, ook in de kleuterklas worden de kinderen au sérieux genomen. Ook de kleinschaligheid van onze school en de gemoedelijke sfeer is zeker en vast een meerwaarde!
18. Krijgen kinderen in onze school huiswerk?
Huiswerk wordt op onze school niet gegeven. Kinderen leren tijdens hun werktijd immers alles wat ze normaal thuis met huiswerk verwerven, ook een juiste werkhouding. Huiswerk levert de begeleider geen extra informatie op. Wij weten niet hoe een huiswerk tot stand gekomen is waardoor de gewonnen informatie (uit het huiswerk) waardeloos wordt. De leerkracht kan echter wel op basis van werkhouding en omstandigheden van de voorbije week beslissen of er werk meegegeven wordt met een kind.
Huiswerk wordt op onze school niet gegeven. Kinderen leren tijdens hun werktijd immers alles wat ze normaal thuis met huiswerk verwerven, ook een juiste werkhouding. Huiswerk levert de begeleider geen extra informatie op. Wij weten niet hoe een huiswerk tot stand gekomen is waardoor de gewonnen informatie (uit het huiswerk) waardeloos wordt. De leerkracht kan echter wel op basis van werkhouding en omstandigheden van de voorbije week beslissen of er werk meegegeven wordt met een kind.
19. Wordt er getoetst in deze school en hoe worden de
vorderingen van de kinderen aan de ouders bekendgemaakt?
De leerkracht evalueert voortdurend samen met de kinderen. Dat gebeurt door middel van toetsen, maar ook door sterke individuele begeleiding en observatie. De prestaties worden echter niet omgezet in cijfers. Cijfers zeggen immers slechts iets over een klein deel van het leven. Toch wordt er een rapport opgesteld. Dat rapport wordt tweemaal per jaar meegegeven. Het rapport bevat niet enkel de verstandelijke vorderingen. Het proces dat aan de resultaten voorafgaat is immers even belangrijk. Hoe een kind tot een resultaat kwam, hoe een kind zich voelt in een groep, hoe het met werkhouding is gesteld, hoe de gevoelstoestand is,... het wordt uitvoerig in onze rapporten besproken. Doordat we niet werken met punten, maar wel met uitgeschreven teksten en symbolen, kunnen kinderen zich niet met anderen vergelijken, enkel met zichzelf. Het kind wordt ook persoonlijk aangesproken in het rapport. Zo wordt het gerespecteerd en gestimuleerd om zijn eigen verantwoordelijkheid op te nemen. Tweemaal per jaar worden de ouders uitgenodigd voor de bespreking van het rapport. Ook tijdens het schooljaar worden de vorderingen zoveel mogelijk informeel meegedeeld.
De leerkracht evalueert voortdurend samen met de kinderen. Dat gebeurt door middel van toetsen, maar ook door sterke individuele begeleiding en observatie. De prestaties worden echter niet omgezet in cijfers. Cijfers zeggen immers slechts iets over een klein deel van het leven. Toch wordt er een rapport opgesteld. Dat rapport wordt tweemaal per jaar meegegeven. Het rapport bevat niet enkel de verstandelijke vorderingen. Het proces dat aan de resultaten voorafgaat is immers even belangrijk. Hoe een kind tot een resultaat kwam, hoe een kind zich voelt in een groep, hoe het met werkhouding is gesteld, hoe de gevoelstoestand is,... het wordt uitvoerig in onze rapporten besproken. Doordat we niet werken met punten, maar wel met uitgeschreven teksten en symbolen, kunnen kinderen zich niet met anderen vergelijken, enkel met zichzelf. Het kind wordt ook persoonlijk aangesproken in het rapport. Zo wordt het gerespecteerd en gestimuleerd om zijn eigen verantwoordelijkheid op te nemen. Tweemaal per jaar worden de ouders uitgenodigd voor de bespreking van het rapport. Ook tijdens het schooljaar worden de vorderingen zoveel mogelijk informeel meegedeeld.
20. Hoe worden kinderen met leermoeilijkheden opgevolgd?
De leerkracht staat niet vóór de klas, maar begeleidt de kinderen individueel. Er is geen taakklas. Wel is er een breed teamverband tussen ouders, leerkrachten en kinderen. Wekelijks komen de leerkrachten samen en bespreken zowel organisatorische als pedagogische aspecten van de klassen en de school. Dat maakt dat leerproblemen sneller gesignaleerd en vastgesteld kunnen worden. De doorverwijzing naar eventuele specialisten of meer aangepast onderwijs verloopt daardoor vlotter. Meestal kan echter een groot deel van de leerproblemen reeds in de klas of thuis, in samenspraak met de leerkracht en CLB opgevangen worden.
De leerkracht staat niet vóór de klas, maar begeleidt de kinderen individueel. Er is geen taakklas. Wel is er een breed teamverband tussen ouders, leerkrachten en kinderen. Wekelijks komen de leerkrachten samen en bespreken zowel organisatorische als pedagogische aspecten van de klassen en de school. Dat maakt dat leerproblemen sneller gesignaleerd en vastgesteld kunnen worden. De doorverwijzing naar eventuele specialisten of meer aangepast onderwijs verloopt daardoor vlotter. Meestal kan echter een groot deel van de leerproblemen reeds in de klas of thuis, in samenspraak met de leerkracht en CLB opgevangen worden.
21. Hoe zit het met zittenblijven of blijven kinderen in een
freinetschool nooit zitten?
In principe doet elk kind twee jaar over elke graadklas. In die klas werkt het op zijn/haar tempo en niveau. Het kan dus best zijn dat een kind in het derde leerjaar zit, maar een gedeelte van de leerstof van het vierde leerjaar aan het verwerken is, of omgekeerd. Eigenlijk blijven kinderen in onze school enkel in uitzonderlijke gevallen zitten. We proberen immers elk kind mee te laten groeien met zijn/haar klasgroep. In de praktijk gebeurt het wel eens dat een kind drie schooljaren nodig heeft om de leerstof van één graadklas te verwerken. In samenspraak met de ouders wordt er dan beslist wat het beste is voor het kind. Het kind kan dan een extra jaar in dezelfde klas doorbrengen.
In principe doet elk kind twee jaar over elke graadklas. In die klas werkt het op zijn/haar tempo en niveau. Het kan dus best zijn dat een kind in het derde leerjaar zit, maar een gedeelte van de leerstof van het vierde leerjaar aan het verwerken is, of omgekeerd. Eigenlijk blijven kinderen in onze school enkel in uitzonderlijke gevallen zitten. We proberen immers elk kind mee te laten groeien met zijn/haar klasgroep. In de praktijk gebeurt het wel eens dat een kind drie schooljaren nodig heeft om de leerstof van één graadklas te verwerken. In samenspraak met de ouders wordt er dan beslist wat het beste is voor het kind. Het kind kan dan een extra jaar in dezelfde klas doorbrengen.
22. Hoe worden kinderen met een hoog tempo opgevangen?
Kinderen met een hoog tempo wordt uitbreiding van de leerstof aangeboden. Dat houdt in dat de geziene leerstof meer wordt verdiept. Ook deze kinderen mogen dus verder werken op hun eigen tempo. Extra taken, zoals het uitwerken van een persoonlijk werkstuk, worden ook aangeboden. Bovendien worden deze kinderen ook ingeschakeld bij het helpen van de andere kinderen. Op sociaal vlak houdt dat in dat ze met elkaar leren omgaan, dat ze leren elkaars meerwaarde en tekorten te waarderen,... Op vlak van de leerstof houdt dat in dat ze leren een onderwerp verstaanbaar te verwoorden naar de anderen toe.
Kinderen met een hoog tempo wordt uitbreiding van de leerstof aangeboden. Dat houdt in dat de geziene leerstof meer wordt verdiept. Ook deze kinderen mogen dus verder werken op hun eigen tempo. Extra taken, zoals het uitwerken van een persoonlijk werkstuk, worden ook aangeboden. Bovendien worden deze kinderen ook ingeschakeld bij het helpen van de andere kinderen. Op sociaal vlak houdt dat in dat ze met elkaar leren omgaan, dat ze leren elkaars meerwaarde en tekorten te waarderen,... Op vlak van de leerstof houdt dat in dat ze leren een onderwerp verstaanbaar te verwoorden naar de anderen toe.
23. Is freinetonderwijs enkel beperkt tot het basisonderwijs?
In het algemeen vangen de meeste freinetscholen kinderen van 2,5 tot twaalf jaar op. Onze school start het schooljaar 2009-2010 met een eerste graad in het middelbaar onderwijs.
In het algemeen vangen de meeste freinetscholen kinderen van 2,5 tot twaalf jaar op. Onze school start het schooljaar 2009-2010 met een eerste graad in het middelbaar onderwijs.
24. Ondervinden kinderen geen moeilijkheden bij de overgang
naar het secundair onderwijs en hoe worden ze voorbereid op de
overgang?
Dit is een veelgestelde vraag. Leerlingen uit freinetscholen zijn zeker niet benadeeld bij de overstap van lager naar middelbaar onderwijs. Zoals blijkt uit onderzoek, doen ze het zelfs heel goed. Aanvankelijk blijken er wel wat aanpassingsmoeilijkheden te zijn, maar die moeilijkheden situeren zich eerder op sociaal- emotioneel vlak dan wat betreft hun cognitieve vaardigheden. Door hun mondigheid of verbaal sterk zijn, hun verantwoordelijkheidsgevoel en zelfstandigheid worden zij immers door de anderen wel eens als moeilijk ervaren. Hun spontane manier van uiten in de klas bijvoorbeeld, wordt niet door elke leerkracht op prijs gesteld. Dit is voor kinderen een aanpassing, maar niet echt een groot probleem omdat ze geleerd hebben flexibel te zijn.
Onderzoek wijst uit dat er op gebied van kennis geen betekenisvolle verschillen gevonden worden tussen freinetkinderen en kinderen uit een klassieke school. En al krijgen freinetkinderen geen algemeen onderricht in bijvoorbeeld aardrijkskunde en geschiedenis, ook dit blijkt geen nadeel te zijn bij de overgang. Freinetkinderen zijn immers getraind in zelfstandig werken en plannen, het verwerken van inhouden en ze zijn vaardiger in het opzoeken van informatie. Ze hebben geleerd plezier te beleven in het leren en ze vertonen dus ook geen schoolmoeheidsverschijnselen na de basisschool. Of zoals een leerkracht van het middelbaar onderwijs eens zei: "Freinetkinderen hebben de lichtjes nog in hun ogen".
Dit is een veelgestelde vraag. Leerlingen uit freinetscholen zijn zeker niet benadeeld bij de overstap van lager naar middelbaar onderwijs. Zoals blijkt uit onderzoek, doen ze het zelfs heel goed. Aanvankelijk blijken er wel wat aanpassingsmoeilijkheden te zijn, maar die moeilijkheden situeren zich eerder op sociaal- emotioneel vlak dan wat betreft hun cognitieve vaardigheden. Door hun mondigheid of verbaal sterk zijn, hun verantwoordelijkheidsgevoel en zelfstandigheid worden zij immers door de anderen wel eens als moeilijk ervaren. Hun spontane manier van uiten in de klas bijvoorbeeld, wordt niet door elke leerkracht op prijs gesteld. Dit is voor kinderen een aanpassing, maar niet echt een groot probleem omdat ze geleerd hebben flexibel te zijn.
Onderzoek wijst uit dat er op gebied van kennis geen betekenisvolle verschillen gevonden worden tussen freinetkinderen en kinderen uit een klassieke school. En al krijgen freinetkinderen geen algemeen onderricht in bijvoorbeeld aardrijkskunde en geschiedenis, ook dit blijkt geen nadeel te zijn bij de overgang. Freinetkinderen zijn immers getraind in zelfstandig werken en plannen, het verwerken van inhouden en ze zijn vaardiger in het opzoeken van informatie. Ze hebben geleerd plezier te beleven in het leren en ze vertonen dus ook geen schoolmoeheidsverschijnselen na de basisschool. Of zoals een leerkracht van het middelbaar onderwijs eens zei: "Freinetkinderen hebben de lichtjes nog in hun ogen".
25. Hoe zit het met de betrokkenheid van de ouders en wat
houdt ouderparticipatie in?
Ons uitgangspunt is dat we onze school samen maken en vormgeven; samen met het personeel, de kinderen en de ouders. In onze school is de ouder onmisbaar. Wij vragen aan de ouders actieve inzet en mee verantwoordelijkheid te dragen voor het hele schoolgebeuren. Stelregel hierbij is:"Niets moet, veel kan!"
Er zijn mogelijkheden om iets binnen de schooluren te doen samen met de kinderen, vb. meewerken aan een project of atelier, meegaan met het zwemmen, op uitstap, middagtoezicht doen op de speelplaats, ...
Er zijn ook mogelijkheden buiten de schooluren, vb. de tuin onderhouden, op zoek gaan naar klasmaterialen, promotie verzorgen, de was doen, activiteiten uitwerken,
De actieve inzet van ouders wordt dus bij ons zeker geapprecieerd. Onze school biedt mogelijkheden om de leef- en leerwereld van de kinderen dichtbij te volgen of om de afstand tussen 'thuis' en 'school' te verkleinen. Samen bouwen we aan de toekomst van onze klas en onze school.
Ons uitgangspunt is dat we onze school samen maken en vormgeven; samen met het personeel, de kinderen en de ouders. In onze school is de ouder onmisbaar. Wij vragen aan de ouders actieve inzet en mee verantwoordelijkheid te dragen voor het hele schoolgebeuren. Stelregel hierbij is:"Niets moet, veel kan!"
Er zijn mogelijkheden om iets binnen de schooluren te doen samen met de kinderen, vb. meewerken aan een project of atelier, meegaan met het zwemmen, op uitstap, middagtoezicht doen op de speelplaats, ...
Er zijn ook mogelijkheden buiten de schooluren, vb. de tuin onderhouden, op zoek gaan naar klasmaterialen, promotie verzorgen, de was doen, activiteiten uitwerken,
De actieve inzet van ouders wordt dus bij ons zeker geapprecieerd. Onze school biedt mogelijkheden om de leef- en leerwereld van de kinderen dichtbij te volgen of om de afstand tussen 'thuis' en 'school' te verkleinen. Samen bouwen we aan de toekomst van onze klas en onze school.


